Daar stond hij dan. Zijn prikstok in de aanval; een aanval op het blaadje dat zich ongewenst op de grond van zijn baas vestigde. De grond van de baas is heilig, heiliger dan welke bisschop dan ook. Weinig werklieden zijn nog zo gemotiveerd in deze tijd van de kredietcrisis, maar hij wel. Hij deed wat men hem zei. Geen type dat plannen in de war schopt, want in de war was hij zelf al. Het was een ingetogen man, want hij wist, dat hij als simpele arbeider weinig te vertellen had in de wereld. Kennis heeft hij nooit goed kunnen bevatten, daarom was het ook geen goed student. Hij verafschuwt kennis, want waarom zou je veel willen weten? Je kunt toch nooit alles weten, en hoe meer je weet, hoe meer problemen je zou hebben. De filosofie van het ene probleem stroomt rustig verder naar het andere probleem, totdat je overstroomt en stikt in de onoplosbare problemen. Kennis is alleen maar last. Je kunt gelukkig zijn zonder kennis, kijk maar naar hem. Hij weet niet veel en hoeft zich daarom over een heleboel zaken geen zorgen te maken. ‘Ik wist het niet.’: het beste alibi.

08:04, gaf zijn plastic horloge aan. Ja, het was vroeg, net zoals iedere andere werkdag. Hij kon goed vroeg opstaan, daar was hij een ster in. Je kunt maar ergens goed in zijn, toch? Hij had ook geen vrouw, dat was niets voor hem. Hij had van vrienden verhalen gehoord over hun vrouwen. Nou, dat zou hij nooit willen, al dat mierengeneuk over alles en nog wat. En dan nog de schoonouders. Zijn eigen ouders waren al erg genoeg. Slaag heeft hij genoeg gekregen, vooral van zijn vader, die kon, als ambtenaar, niet aanzien dat zijn zoon een dergelijk laag gewaardeerd baantje had. Hij was gewoon geen ideale zoon, en daarmee ook geen ideale schoonzoon.

Hij had een vriendin van 23. Een knappe vriendin, alles zat op zijn plek en haar lichaam was zo strak als een cokegebruikende junk die net zijn shotje heeft gehad. Als hij samen met zijn vriendin in de stad liep, zag hij in zijn ooghoeken de jaloerse blikken in de ogen van de mannen. Wat zij in hem zag? Geen idee. Misschien vond ze dat hij wel erg goed kon omgaan met een lange stok, dat wellicht duidde op een lang geslachtsdeel.

Nog een paar dagen en dan krijgt hij zijn salaris weer gestort. Dat is altijd een dag om naar uit te leven. Hij is niet geobsedeerd door geld, want anders was hij wel in het criminele circuit gegaan, of zoiets. Geld is een noodzaak voor hem om te overleven.
Hij verdient zeker niet zoveel als de ministers, die de gehele dag vergaderen. Vergaderen is hun beroep, verder niets. Praktiseren doen ze nauwelijks, tenzij het over hun eigen hachje gaat. Terwijl hij denkt over wat zijn vriendin voor eten heeft klaargemaakt als avondeten, tilt zijn rechterhand de zak op, die per minuut werd aangevuld met afval. Het zweet stond hem op het voorhoofd. Het is een warme dag, zeker voor iemand met een oranje dik vest aan.

Terwijl hij door het park loopt met zijn stok, ziet hij twee jongens gehurkt bij een struik zitten. Hij vindt het vreemd, maar besteedt er geen aandacht aan. Wanneer hij gedachteloos een verdwaald blaadje heeft opgeprikt, ziet hij in zijn ooghoeken rook opstijgen vanaf de plek waar de jongens zitten. Hij loopt ernaartoe. Ze zijn een vuurtje aan het stoken, in het park. Wat denken ze wel niet?
‘Hé, wat moet dat!?!’ zegt hij.
Verschrikt kijken de jongens omhoog, beide een jaar of 18. ‘Waar bemoei je je mee, ouwe lul, ‘ zegt de jongen met het zwarte petje. Hij staat op en geeft de gemeentewerker een klap in het gezicht. De gesloten vuist kwam tegen zijn tanden aan, dat voelde hij wel. Hij proefde bloed in zijn mond. Hij sloot even zijn ogen om de pijn te laten verzachten. Wanneer ik pijn heb, hoef ik alleen maar mijn ogen te sluiten. De wereld verdwijnt en er verschijnt een droomwereld, daar waar de mensen niet gefaald hebben. Daar waar de mens niet bestaat, daar waar de natuur het voor het zeggen heeft. De grootste pijn is de wereld om me heen. Wanneer ik het probleem bij de kiem zou moeten aanpakken, dan zou ik de wereld op moeten blazen. Hoe hard het ook klinkt, niets is minder waar.

Hij doet zijn ogen weer open. Hij ziet iets blinkends in de handen van de petloze jongen. Wanneer hij verschrikt een paar passen naar achteren zet, valt hij over zijn eigen vuilniszak. De jongens staan boven hem. De jongen steekt hem. Niet één keer, maar meerdere keren. Het bloed stroomt over de droge aarde. Hij voelt al niets meer, net zoals de bladeren die hij heel zijn leven lang heeft opgeraapt. Zelf heeft hij heel zijn leven aan een boom gehangen. Hij leefde en keek naar de wereld vanuit zijn eigen hoogte. Hij haatte de dood. Hij keek soms naar beneden en zag dat zijn ouders vielen. Ze vielen op de grond en werden opgeraapt door een collega. Na zijn ouders zijn ook kennissen en vrienden gevallen, hij heeft er veel tranen om gelaten. Altijd heeft hij de dood gehaat, maar hij was er niet bang van. Hij zou er niet voor zwichten, zo had hij zich voorgesteld. Misschien was hij daarom ook wel zo fel tegenover de bladeren die zich op de grond van de baas lieten vallen. Ze waren dood, hij haatte ze. De dood moest gedood worden, dat was zijn missie.

Het was geen grote groep, ik gok een man of zes. Het grind maakte geluid wanneer men erop liep. Hier en daar zag je een traan rollen over de wangen van de mensen. Ik weet niet of het gemeend was, dat kan je nooit goed zeggen. Mensen zijn vaak veel vriendelijker over je wanneer je dood bent. Als je dood bent, heb je de meeste vrienden. Ik weet zeker dat André Hazes nooit zoveel fans heeft gehad, dan op het moment dat hij in een houten kist in de Arena lag. Hypocriet zijn alle mensen, dat kan niet anders. Het klinkt cliché maar is werkelijk waar: Je beste recensie is je rouwadvertentie.

Het is een koudere dag. De twee vrouwen hebben een dikke jas aan, terwijl de mannen een mantel dragen. Zijn vriendin is er ook, zichtbaar aangeslagen. De mannen die erbij lopen zijn kennissen van zijn vader. Het zijn mensen van zijn werk. Zelfs zijn grote baas loopt erbij. Dit heeft hij nog nooit meegemaakt; ze lopen achter hem aan. Hij licht er warmpjes bij in zijn kist. Je kunt zeggen wat je wilt, maar isolerend zijn die kisten zeker. Hij wordt gedragen naar zijn eindbestemming. Hij zal in de verrotte aarde gaan liggen. Hij zal opgeruimd worden door zijn collegae, die zich onder de grond bevinden. Hij wordt in de aarde gestopt, die hij al lang niet meer begrijpt. Hij hoorde mensen praten over evolutie, maar dat begreep hij niet. Hij zag de mensheid veranderen in een zielige, luie kudde. Hij zag geen evolutie, hij zag een devolutie, maar hij zal het wel niet geweten hebben, hij heeft immers maar een lage opleiding genuttigd.

Nu hoeft hij niet meer te komen. Hij hoeft niet meer te zien. Hij heeft al overwonnen. Hij heeft zijn eigen leven overwonnen. Hij heeft de dood getart, maar dat kan niet altijd doorgaan. Hij is verraden door de mensheid. Hij is verraden door het leven. Hij was de bondgenoot van het leven, maar nu weet hij dat het leven onzeker is. Niets is zekerder dan de dood, want dat is een zekerheid. Hij heeft zijn echte bondgenoot gevonden. Hij neemt de zeis in zijn handen en zal de bladeren van de boom gaan halen. Hij zal ze hebben. Hij zal de bomen kaalplukken.


5 reacties

pally · 26 juni 2009 op 22:30

Ik denk dat ik wel begrijp wat je zeggen wilt, Maurick. Maar ik vind het niet helemaal van de grond komen. Dat je twee tijden door elkaar gebruikt, werkt daar aan mee, vermoed ik. En ook de lengte. Ik zie het als een ode aan de simpelheid van geest, die haar eigen wereld maakt.

groet van Pally

arta · 27 juni 2009 op 10:22

Het idee achter dit stuk vind ik mooi. Ook staan er écht mooie dingen in. (opleidingen worden overigens niet genuttigd:-))
Op mij komt het niet helemaal overtuigend over. “Wat mot je?” en je wordt vermoord. Wat meer dialoog in dat stuk zou het mi wat geloofwaardiger hebben gemaakt.
Je schrijft absoluut mooi en eigenlijk zou ik wel eens een heel simpel stuk van jouw hand willen lezen. Geen verhaal met tijdsverloop, maar een moment beschrijven… (volgens mij kun je dat nl perfect!)
🙂

Mien · 27 juni 2009 op 17:49

Een beetje vermoeiend, zo’n lange hij-column.
Het lijkt wel of alle woorden de column in geheid moesten worden.

Mien IJkt

Rick · 27 juni 2009 op 20:18

Ik moet zeggen, ondanks de lengte van het stuk, dat het lekker weg te lezen was. Opzich wel duidelijk ‘clou’, als je het zowilt noemen.
En sluit me aan bij de voorgangers, een simpele tekst zonder tijdverloop ben ik wel benieuwd naar..
Complimentjes over deze trouwens,
Rick,

Mup · 29 juni 2009 op 10:13

De eerste en de laatste alinea vond ik heel veelzeggend, daartussenin voor mij ook iets te veel van het goede, meer dialoog zou kunnen werken, passende titel,

Groet Mup

Geef een antwoord