Zoals de meesten van jullie wel weten ben ik met manlief onlangs een weekje weg geweest naar Italië. Omdat hij nogal gek is op uitzichten (heel vreemd want van hoogtes houdt hij helemaal niet), vertrokken we naar Rocco di Papa. Als echte toeristen hadden we een boekje met ‘Bezichtigingen in en rondom Rome’ waar dit uitzichtpunt in beschreven stond. Het zou er schitterend moeten zijn. Na een tocht van ruim anderhalf uur, kwamen we aan in een iniminiedorpje. Ik weet niet of je ooit in Italië bent geweest, maar daar hebben ze dus van die handige bruine verkeersborden met daarop de toeristische trekpleister vermeld. Meestal met een plaatje van een kasteel of een plaatje van iets waarvan je om een of andere reden weet dat ze een ruïne bedoelen. Maar goed, we rijden die berg op en komen voor twee bordjes te staan: de ene zegt ← ROCCO DI PAPA en de ander zegt CAMPI D’ANNIBALE →.
Tja… mijn Italiaans is ook niet meer wat het is geweest, maar logischerwijs (??) sloegen we af naar rechts. Al klonk Campi d’Annibale wel een beetje naar een kampeerplek voor kannibalen.

We zijn zo ver mogelijk door gereden naar boven tot een paaltje ons tegen hield en we toch echt verder moesten lopen. Inmiddels liepen we in de sneeuw op de top van Rocco di Papa, terwijl we in Rome op het terras in de zon hadden kunnen zitten.
Ja, je moet er wat voor over hebben.
Maar het was wel de moeite waard. Eerlijk is eerlijk.

Na een kwartiertje lopen vanaf de top kwamen we bij de auto aan. De afdaling was beduidend minder zwaar en lang als de klim naar de top, héél vreemd. Manlief wilde de auto starten maar toen dacht ons fijne huurautootje dat we hem wilden stelen. Met goede hoop dachten we nog dat Auto een geheugen had van een minuut of tien. Maar Auto was standvastig. Na een uur stonden we er nog. Het begon inmiddels al te schemeren en in het donker wil je daar echt niet staan.

In de instructieboekjes was natuurlijk niets te vinden over dit antidiefstal foefje dus belde ik het nummer wat vermeld stond als pech-onderweg-hulplijn-met-Engels-sprekend-personeel. Ik ben niet zo snel in de stress, dus ik bel rustig met de lijn. Krijg ik een Italiaanse meneer aan de lijn die één zin in het Engels kan zeggen: ‘Thank you for calling, my colleague is not available at the moment, can she call you back?’. Netjes binnen tien minuten word ik terug gebeld door een Engels sprekende collega. Dat valt me reuze mee. Nadat ik alle gegevens van de auto heb doorgegeven, wil ze van me weten waar ik mij bevind. ‘Rocco di Papa’. Ze snapt het niet. ‘Campo d’Annibale?’. Ze snapt het niet.

Ze wil weten welke straat. De navigatie geeft Via Sacre aan. Maar ook dat begrijpt ze niet. Wat een drama. ‘Give me the name of the Hotel or supermarket where you are’. Ik kan wel schreeuwen.

Ik leg uit dat we boven op een berg staan, bij een uitzichtpunt, in de f*cking (dat zei ik natuurlijk niet, maar dat klinkt wel lekker) middle of nowhere. Dat hier niets is behalve televisieantennes. En een mooi uitzicht natuurlijk (dat zei ik ook niet, want dat zou alle kracht van de zin afnemen). Volgens mij was dat het punt waarop ik een rood kleurtje op mijn gezicht kreeg. Nogmaals leg ik haar uit dat ik bovenop een berg sta en dat ik hulp nodig heb. Mijn Nederlandse navigatie kan Rocco di Papa vinden, dan moet een Italiaan dat helemaal kunnen.

Ze verheft haar stem en vraagt me of er iemand in de buurt is die Italiaans spreekt.
In die twee en een half uur dat we daar al rondhangen, zijn we geen kip tegen gekomen
en als door een wonder komt er ineens een man met een hond de berg af. Alsof ik naar een fata morgana zit te kijken houd ik de man aan en geef hem de telefoon. Het lijkt alsof hij het reuze gezellig heeft met de zogenaamd Engels sprekende medewerkster. De man begint te lachen en ik hoor hem zeggen ‘Via Sacre, Rocco di Papa’(oh en nu begrijpt ze het ineens wel??). Ze lachen nog wat en hij geeft mij de telefoon terug. De mevrouw vertelt me dat ik binnen een halfuur een sms zal ontvangen.

Met een diepe zucht ga ik weer in de auto zitten.
Deze toestand was te verwachten natuurlijk, op vrijdag de 13e.

Ondertussen is manlief redelijk geïrriteerd omdat de auto nog altijd niet wil starten. Het begint echt donker te worden en ik wil graag naar huis, aangezien we nog een flinke tocht voor de boeg hadden (we wisten nog niet dat we ook nog in een bijna twee uur durende file terecht zouden komen). We stonden op de berg en wisten dat er onderaan een aantal winkeltjes waren. Manlief had een prima idee; we rolden gewoon voorzichtig naar beneden. Dat de remmen niet werken als de motor uit staat, deed er even niet toe. Dit was een noodsituatie. We rolden naar beneden, handrem aangetrokken en al slippend naar beneden. Oh ja, en Linda met haar ogen dicht want die zag de afgrond wel erg dichtbij komen. Na een meter of twintig was een soort platform waar we tot stilstand kwamen. Dit leek toch een beter idee in theorie dan in de praktijk.

We zaten een paar minuten voor ons uit te kijken en wat we zagen was best eng. Een oud verlaten en vervallen huis. Bijna donker en in de middle of nowhere, dat wil je niet meemaken. Ik keek op mijn telefoon en had nog steeds geen sms ontvangen van de geweldige serviceverlenende, Italiaanse ANWB. Ondertussen probeerde manlief de auto te starten…

Het is ons nog altijd niet duidelijk hoe het mogelijk was, maar hij startte! Auto was blijkbaar geprogrammeerd om 90 minuten standvastig te blijven.
Twintig kilo zakte er van onze schouders. Gelukkig!

Om het mannetje-dat-komt-helpen-bij-pech niet voor niets te laten komen, belde ik opnieuw de hulplijn. ‘Dit nummer is niet in gebruik’ (Ik heb het maar even voor jullie vertaald, om het jullie te besparen).

Ik begreep er niets van, ik heb het nummer wel tien keer gecontroleerd maar de boodschap bleef het zelfde. Ik dacht dat ik gek werd. Het was er al eng en nu had ik ook nog een spooklijn gebeld? Manlief en ik waren er helemaal klaar mee. We vertrokken richting huis en besloten dat ze het maar lekker moesten uitzoeken. Tenslotte had ik ook het beloofde smsje niet ontvangen dus nu hadden zíj maar mooi pech.

Toen we, na ruim een uur, 30 km verderop in de file stonden, voelde ik me toch wel wat lullig.
De beste man was natuurlijk aan het zoeken en wie weet had hij wel een complete zoekactie op touw gezet (vast niet, want de sms was nooit binnengekomen, dus waarschijnlijk was er niet eens iemand onderweg).

Maar goed, het zoveelste wonder van deze vrijdag de 13e , ik probeerde ze nog een keer te bellen en de telefoon ging zowaar over. Ik kreeg weer de meneer-die-maar-een-zin-Engels-sprak, ik zei hem dat de auto het weer deed en dat ik geen hulp meer nodig had. Hij begreep er niets van en zei dat zijn Engels sprekende collega zou bellen. Het nummer wist ie ook nog, zo’n indruk heb ik dus achter gelaten (vast geen goede indruk). Ik riep ‘I don’t need help anymore. Thank you’. Hij antwoordde met ‘oké’ en dat was voor mij reden genoeg om op te hangen. Hij begreep me toch niet en nu had ik me wel netjes afgemeld.

Nadat we de berg en de file achter ons hadden gelaten, na 5 uur in totaal, konden we er wel om lachen. Het was vrijdag de 13e en dat hebben we geweten ook.
De top bereiken was een ei(nd)tje, aan de top blijven voor ons ook, dat is wel gebleken 😉


6 reacties

arta · 24 maart 2009 op 13:43

Wanneer je me dit, tegenover mij zittend aan tafel, zou vertellen, zou ik me rot lachen, waarschijnlijk. De gelezen versie is meer een schoolopstel van een dagje uit.

pally · 24 maart 2009 op 15:17

Tja, een verhaal vertellen dat je de moeite waard vind is vooral ook veel weglaten en de kern bewaren. Lang niet alle details zijn van belang. Bovendien is schrijven geen spreken (zie Arta). Misschien is het een idee om het eerst op deze manier voor jezelf op te schrijven en dan pas tot column te verwerken.succes,

groet van pally

doemaar88 · 24 maart 2009 op 16:19

Eens met mijn voorgangers. Schrappen en minder zinnen tussen haakjes zetten, dan zal het al een stuk beter zijn. Wel een leuk onderwerp trouwens 😀

lisa-marie · 24 maart 2009 op 18:01

Ik sluit mij bij Arta aan.

Neuskleuter · 24 maart 2009 op 19:30

Ik heb geprobeerd het uit te lezen, maar bij 2/3 heb ik het toch opgegeven. Te veel details, te lang. En dat terwijl je op zich wel iets aardigs hebt te vertellen met een spanningsopbouw. Denk ik dan, het einde was me te ver weg.

Al was dat natuurlijk van te voren al duidelijk, omdat je begint met:
[quote]Zoals de meesten van jullie wel weten[/quote]
Dan denk ik direct: nee? Dat weet ik niet?
Probeer je nadat je het hebt geschreven eens in te leven in je doelgroep. Wie zijn die schrijvers op CX? Wat willen ze lezen? Wat is niet relevant? Welke voorkennis hebben zij? Dan kom je al een stuk dichter bij je doel: de lezer vermaken.

Dit vond ik wel weer grappig:
[quote]Al klonk Campi d’Annibale wel een beetje naar een kampeerplek voor kannibalen. [/quote]

Volgende keer beter, dat moet zeker lukken als je zo’n verhaal te vertellen hebt 😀

Mien · 25 maart 2009 op 00:56

Eens met Neus met dit verschil dat ik hem helemaal heb uitgelezen.

Deed me denken aan die Griek die een steen de berg probeert op te rollen. In de [b][url=http://nl.wikipedia.org/wiki/Sisyphos]Mythe van Sisyphos[/url][/b].

Ook een never ending story. :hammer:

Mien

Geef een antwoord