Hij had lang en hard nagedacht over wat hij haar zou geven. Lang en hard waren zijn specialiteiten, zie je. Als zijn cadeau dat niet kraakhelder zou weerspiegelen, zou ze teleurgesteld zijn. Geen lamswollen vest, dus. Geen laarzen van zachte suède. Geen tomatenplant of zeldzame orchidee. Ook geen sapcentrifuge, al speet hem dat wel. En helemaal geen verguld, aandoenlijk lieveheersbeestje aan een kettinkje.

Een steek in zijn zij deed hem naar adem happen, en midden in de winkelstraat stond hij even stil. Hij zweette als een os. Hij was kapot. Hij had zich de laatste tijd ook zo afgebeuld. Maar het was de moeite waard geweest. Ze wist nu dat het hem menens was én dat hij een man van zijn woord was. Jou laat ik nooit meer gaan.

Hij bleek voor een ijzerwinkel te staan. In de etalage lag een lijmklem, een kettingzaag, een accuoplader. Hij haatte de letterlijkheid ervan, die was hem te lomp en te grof. Je moest elkaar op een ander niveau benaderen, onnadrukkelijk en als het ware onderhuids. Toch een bos rozen dan maar, van die bleekroze met omgekrulde randen die uitnodigden om de diepte van de bloemkelk tergend langzaam te onderzoeken?

Hij veegde zijn vochtige handpalmen af. Het kwam helemaal op hem neer. Andere cadeaus zouden er niet zijn aangezien zij nu in feite geen familie meer had, geen vrienden en vriendinnen – alleen hem. Toen viel zijn blik op een andere etalage. Meteen wist hij het: hebbes! En dat was wat ook zij in één oogopslag zou beseffen. Zijn meisje. Haar lippen zouden gaan trillen.

Hij duwde zijn doorweekte overhemd wat dieper in zijn broek en ging de winkel binnen.

Met een nonchalante beweging veegde hij het zweet met zijn mouw van zijn voorhoofd. Hij zette zijn beste glimlach op en liep zonder op of om te kijken direct door naar de balie.
‘Goedemiddag,’ piepte een muf uitziende dame van middelbare leeftijd.
Haar stem irriteerde hem en even voelde hij de flauwe neiging in zich opkomen haar te imiteren. ‘U heeft een prachtige winkel’ zei hij daarentegen. Heel even keerde hij zijn hoofd weer richting de etalage. Talloze voorwerpen van vroeg Georgiaans tot rococo staarden hem pronkerig aan. Maar daarin had hij geen interesse. ‘Mijn oog is met name gevallen op een ring, art deco zo te zien. Hij ligt in uw etalage.’
De stoffige dame leek onmiddellijk op te schonen. Een plotseling jeugdige glimlach verscheen op haar gezicht. Een gezicht dat minstens zoveel rimpels vertoonde als haar leeftijd.

‘U heeft er verstand van, hoor ik al’ merkte ze op. Dat hij, voordat hij zich had toegelegd op een aanvankelijk moeizame carrière in het theater, in een ver verleden een studie kunstgeschiedenis had gevolgd en cum laude zijn doctoraal had weten te behalen besloot hij achterwege te laten. Het zou de prijs van zijn gewilde object alleen maar opjagen. Zijn verleden leek nu zelfs nauwelijks meer een deel van hem te zijn. De kennis, en slechts een vage notie van wie hij niet eens zo lang geleden was, inclusief alle herinneringen, maakten zich in sneltreinvaart alsmaar verder van hem los. Hij voelde zich anders, hij gedroeg zich anders. En zelfs zijn stem leek bij vlagen een frequentie lager dan voorheen.

‘De ring is van zilver, belegd met 24 karaats gouden stukjes.’ Een plastic glimlach ter verhulling van een steeds groter wordende onrust, veinsde iets wat door moest gaan voor oprechte interesse. Tegen zijn wil in leek de dame tegenover hem hierdoor alleen maar verder te ontdooien. ‘Ik heb me laten vertellen dat hij van een voormalige burgermeester van de provincie is geweest, die hem als huwelijksring aan zijn vrouw heeft geschonken. Ze heeft hem helaas niet lang kunnen dragen. Slechts een paar weken na hun huwelijk overleed ze onder onbekende omstandigheden.’ Bij het uitspreken van die laatste zin betrok haar gezicht. ‘Maar u heeft gelijk’ hervatte ze zichzelf. ‘Het is een prachtig staaltje ambachtswerk.’

Vluchtig wierp hij een blik op zijn horloge. Hij was meer geinterresseerd in het effect dat het juweel zou hebben op zijn leven, zijn toekomst. ‘Een treurige geschiedenis,’ zei hij werktuigelijk. ‘Maar dat doet inderdaad niets af aan de schoonheid. Om eerlijk te zijn: De ring zal niet zomaar een aankoop zijn. Ik wil mijn vriendin ermee ten huwelijk vragen.’ De dame achter de balie, duidelijk gevoelig voor sentimenten leek geraakt door deze mededeling. ‘Dat is prachtig om te horen,’ zuchtte ze na een korte stilte. ‘Weet u, deze winkel draait op zijn laatste adem. Mijn gezondheid is niet meer wat het was en geld is nu het laatste wat ik nodig heb.’ Even aarzelde ze, maar toen leek ze haar besluit te hebben gemaakt. ‘U mag hem meenemen. Gratis welteverstaan. En daarbij wil ik de wens uitspreken dat uw komende huwelijk gelukkiger uit zal pakken dan die van de vorige eigenaar.’

[i]Nota: Dit verhaal is geschreven naar aanleiding van de schrijfwedstrijd van uitgeverij Contact die een tijd geleden werd gehouden. Van de meer dan 700 inzenders werden er uiteindelijk elf finalisten uitgekozen. Helaas zat ik daar zelf niet bij. De inleiding is geschreven door Renate Dorrestein.[/i]


7 reacties

SIMBA · 27 juni 2008 op 18:11

niet te lang wachten met deel 2!!

pally · 27 juni 2008 op 18:58

Mooi geschreven Troy! Dus jij hebt ook meegedaan met die 700 bij ‘contact’? Ik ook, was ook niet bij die 11 genomineerden.Ik heb alleen een ander verhaal afgemaakt, dat van Thomése. Misschien zet ik het ook nog wel eens hier. Ben benieuwd naar de rest!

groet van Pally

arta · 27 juni 2008 op 19:17

Dit stuk is wat toegankelijker voor een breed publiek dan normaal, maar absoluut niet minder mooi!
Ik ben benieuwd naar deel 2!!
🙂

lisa-marie · 27 juni 2008 op 23:33

Ik voel er ook een zweempje melancholie bij en mijn nieuwsgierigheid is gewekt.
Zal er een vloek op de ring rusten?
Mooi geschreven en benieuwd naar deel twee. 😀

champagne · 29 juni 2008 op 12:18

Bij het lezen van het eerste gedeelte dacht ik dat de hoofdpersoon duistere plannen had met de dame… dat bleek niet zo te zijn. Mooi geschreven en ook ik ben benieuwd naar deel 2

Troy · 29 juni 2008 op 16:13

Bedankt voor jullie reacties. Pally, ik ben nu ook wel erg benieuwd naar jouw verhaal geworden! Zo’n schrijfopdracht valt niet mee. Voral omdat je ieder woordje een betekenis in je verhaal moet zien mee te geven. Maar het was wel fijn om heel even over een heus boekencontract te kunnen dromen *zucht.

In totaat bestaat dit verhaal uit drie delen. Ik heb alle delen in een keer opgestuurd dus ik verwacht dat de rest niet te lang op zich zal laten wachten. Ik moet zeggen dat ik ondertussen ook enorm benieuwd was geworden naar de reacties op dit verhaal. Ik heb er al die tijd niemand over verteld en het is inderdaad, zoals Arta al zei, geschreven voor een wat groter publliek. Dus toegankelijker.

Het schrijven van dit verhaal heeft me overigens nog meer gemotiveerd om eens met een echt boek op de proppen te komen. Ik kan alvast verklappen dat dat in ieder geval een psychologische thriller zal worden. Ik heb het verhaal in grote lijnen al in mijn hoofd zitten. En nu nog opschrijven, pff 😉

KawaSutra · 29 juni 2008 op 23:26

Met dit korte verhaal ben je in ieder geval zeker op de goede weg Troy. Succes met je boek!

Geef een antwoord

Avatar plaatshouder