Ik zat in de schuur en pelde mijn vingers kapot met die natte, koude bollen. Het was niet mijn keus geweest om mijn zomer te verkwanselen met het soort kinderarbeid dat verboden is in Bangladesh. Mijn ouders hadden me gezegd dat ik die zomer moest gaan werken en dat ik geen zakgeld zou krijgen. Nou kon ik me een zomer zonder geld ook prima voorstellen, maar dat jaar kon ik een sofi-nummer krijgen en dus moest ik de boer op. Er was nauwelijks radio ontvangst en daarom werd er een bandje gedraaid. Kant A begon met Mariah Carey’s “I’ll be There” en ik rekende snel uit dat ik haar minstens 40 keer horen per week moest aanhoren, als een opgedrongen vriendin. Het begon die ochtend al goed. Ik kwam aanlopen en ging op een plek zitten in de hoek bij de deur aan de achterkant van zo’n kuubkist. Het was een van de beste plekken, omdat je overzicht had op de schuur en vlakbij de airconditioning. Net toen ik drie emmers vol had kwam er een oudere vrouw aanzetten met een uitgezakte permanent. “Ik zit hier”, deelde ze mee. “Maar deze plek was leeg vanochtend.” “Ja, maar ik zit hier altijd.” De rest van de schuur zat vol. Ik had geen zin om mijn plek op te geven en weer naar huis te gaan; al dat vroege opstaan was dan voor niets geweest. De vrouw liep weer weg en kwam even later weer terug met de boer. “Jij kan hier niet zitten”, was de volgende mededeling. Ik moest maar wachten tot er een kuubkist beschikbaar was. Er werd snel genoteerd dat ik een kistje had gedaan en de vrouw nam plaats op haar plek. Toen ik wegliep, hoorde ik haar nog zeggen: “Ja, zo is het altijd al geweest. De ouderen achterin, de jongeren voorin”, waarna ze als een bezetene ging pellen.

“En nu?” De boer gooide zijn sigaret op de grond en keek naar het land achter de schuur. Leeggetrokken bloembollenvelden strekten zich uit totaan de duinen. Hier en daar was een traktor te zien. Soms zag je iemand zich even uitstrekken. “Je kunt met je broer mee of je wacht totdat ze nieuwe kisten hebben neergezet.” Mijn broer werkte op het land met wat oudere jongens. Elke dag kwam hij thuis met verhalen en mijn ouders luisterden, lachten en klopten hem dan op zijn rug. Die jongens met wie hij werkte mochten mij niet. Ze noemden mij meestal ‘die nicht’ en mijn broer zei dan nooit iets terug, maar hij keek altijd een beetje naar de vloer alsof daar de resten van zijn reputatie lagen. Mijn broer wist niet dat ik dat had gezien. “Nee, ik wacht wel.” Zonder iets te zeggen draaide de boer zich om en liep naar het bloemenwinkeltje bij de snelweg.

Ik ging zitten achter de schuur waar de traktors in stonden en keek naar de bloembollenvelden en de duinen. Uit mijn rugtas haalde ik me walkman en een geplet broodje met kaas. Toen ik net aan het eten was werd op mijn schouder getikt. Ik wilde meteen mijn tas pakken, omdat ik dacht dat het de boer was, maar toen ik me omdraaide zag ik twee zwarte lakleren laarzen, witte panties, een soort tutu jurkje en een witte tanktop. Het was Madonna – uit haar Who’s That Girl periode – die op me neerkeek met een brede glimlach. Snel deed ik mijn walkman af.

“Hoi, mag ik bij je komen zitten?”, vroeg ze me. Zonder te wachten ging ze zitten en zei ze: “Het is hier heel mooi, maar ook erg saai, vind je niet?” Ik durfde niet zo goed iets te zeggen. “Ik heb ook op zo’n plek gewoond, maar ik was zo snel mogelijk verdwenen uit dat gat. Maar het ruikt hier tenminste een stuk frisser. Ben je je tong verloren ofzo?” “Nee. Je ruikt de zee.” Maar ze lachte alleen maar. “Wie draait de hele tijd Mariah Carey? Ik zou me echt van kant maken als ik zulke liedjes de hele tijd moest zingen.” “Het is een cassettebandje van iemand, het wordt de hele dag gedraaid.” “Kun je er niets anders inzetten?” “Weet ik niet, niemand anders verwisselt het bandje, dus ik denk dat het niet mag.” “Mag ik ook een boterham?”

Ze nam kleine hapjes van de boterham die doortrokken was van stroop. “Werk je hier nou elke dag?” “Ja.” “Leuk werk?” “Valt wel mee, ik moest.” “Wat ga je met je geld doen?” “Ik wil een eigen cd speler kopen?” “Goede investering. En zijn de jongens hier ook leuk?” Verlegen wendde ik mijn hoofd af. Madonna moest lachen en stootte me met haar schouders aan. “Nou kom op zeg, is er iemand hier die je leuk vindt of niet?” “Nee, ik vind de jongens hier stom, want ze lachen me uit.” “Dan moet je gewoon terug lachen.” “Maar ik vind het hier helemaal niet leuk. Kijk dan maar me handen!” Ik bood mijn rechterhand aan ter inspectie. Madonna bestudeerde de rode plekken aan de zijkanten van mijn duim en wijsvinger. “Oh jezus, dat ziet er niet goed uit.” Daarna stond ze op. “Ik verveel me gigantisch hier. Laten we gaan dansen.” “Maar ik kan helemaal niet dansen!” Madonna rolde met haar ogen en zei dat ik wel heel erg moeilijk deed.

En toen kreeg ik mijn eerste dansles. We dansten op een zelfbedacht ritme, hoewel we ook ergens vaag muziek hoorde uit de schuur. Ik kon er weinig van, maar Madonna hield af en toe mijn middel vast en instrueerde me een danspasje. Dan klapte ze weer in haar handen en draaide ze in het rond en ik imiteerde haar vervolgens. Ze danste naar me toe en kwam heel dichtbij om daarna met een brede grijns weer naar achter te lopen. Zo dansten we om elkaar heen en naar elkaar toe en hoe langer we het deden, hoe gemakkelijker het ging. Het ging op een gegeven moment zo makkelijk dat ik vergat hoeveel moeite ik moest doen. We lachten en dansten totdat ik niet meer doorhad dat we op een boerderij waren.

Opeens had mijn broer mijn arm vast en schreeuwde tegen me waar ik verdomme mee bezig was. Ik had niet door dat hij en een aantal andere jongens mij al tijd gade hadden geslagen. Ze stonden tegen de muur van de schuur en konden hun lachen niet meer inhouden. “Ik roep al de hele tijd dat je weer aan het werk kunt gaan, eikel!” Ik zei dat ik hem niet had gehoord doordat ik mijn walkman ophad, maar hij liep zwaar geirriteerd weg. Snel pakte ik mijn spullen en liep naar de schuur met de kuubkisten en negeerde de groep jongens.

In de schuur stonden twee nieuw kisten en al gauw was ik aan het pellen. Sommige bollen waren verrot en braken dan open in mijn hand, waarna mijn vingers onder de witte smurrie zaten. Af en toe viel werd een dode muis gevonden tussen de bollen. De jongens van het land de schuur in om daar hun pauze te nemen en het duurde niet lang of ik voelde de smalende blikken in mijn rug prikken. Mijn walkman durfde ik echter niet meer uit mijn tas te halen en ik staarde daarom maar naar de bollen, die ongelijkmatig uit de kist vielen op de houten plank.

Op de klok kijken durfde ik ook niet meer, maar elk uur werd ingeslagen met Mariah Carey Unplugged. De meisjes in de schuur zongen dan vaak mee. Een meisje probeerde vaak de hoge noten te halen, maar het klonk nergens naar. Waarom werd er niets anders gedraaid? Niemand scheen aandacht aan de muziek te schenken en na een paar uur was ook mijn dans-actie weer vergeten. De jongens van het land waren weer vertrokken om hun ding elders te doen.

De cassette recorder stond op een van de steunbalken en met een trap kon je er bijkomen. Iedereen was hard aan het werken bij de kisten. Het duurde een Mariah Carey, maar toen had ik voldoende moed verzameld om mijn badje te pakken. Zonder iemand aan te kijken zette ik de trap onder de recorder en ik verwisselde de tape. Een aantal mensen keken op, maar gingen snel weer verder. Een emmer was binnen een kwartier gevuld en er gaan ongeveer vier emmers in een kist. Er moest nog veel worden gedaan. Opgelucht en blij ging ik snel weer aan de slag. Geen Mariah Carey weer. Wel Prince en zachtjes meeneuriend pelde ik verder.

“Heb jij het bandje verwisseld?” De uitgezakte permanent stond naast me. Nu zag ik ook dat ze twee zilveren oorbellen in de vorm van ankers in haar oren had hangen. Ik knikte. “Had je dat niet even kunnen vragen?” Dat was – eerlijk gezegd – niet in me opgekomen. “Ik wilde gewoon even wat anders horen. Niemand vindt het volgens mij erg.” De vrouw stond nu met haar handen in haar zij. “Oh nee? We ergeren ons anders groen en geel aan jouw muziek.” “Maar ik heb daar anders niets van gemerkt.” Ze moest heel hard lachen. “Ben je blind ofzo? We hebben heus wel door wat voor iemand jij bent! Haal dat bandje weg!”. “Het kan toch wel afgedraaid worden?” Iemand van achter een andere kist riep ineens” “He homo, zet eens wat anders op!”. De hele schuur was kennelijk aan het luisteren, want er klonk overal gegniffel.

Ik liep naar de trap en klom naar boven. In het stof had ik het Mariah Carey bandje neergelegd. Verslagen, bijna huilend, verwisselde ik de tape. “I’ll be there to protect you, with an unselfish love that respects you”, klonk het weer snerpend door de schuur heen. Toen ik bij mijn kist aankwam had iemand met de witte smurrie van een verotte bol ‘flikker’ geschreven op de kist. De uitgezakte permanent stond week te glimlachen bij de uitgang van de schuur. “Heb jij dat gedaan?” “Nee,” “Kutwijf”, mompelde ik.

Die middag leerde ik dat scheldwoorden geen moderne communicatiemiddelen nodig hebben, want binnen tien seconden wist de uitgezakte permanent dat ik haar had uitgescholden. “Wat zei jij?”, brieste ze. Ik gaf het maar in keer op. “Jij bent een kutwijf.” Op dat moment kwam mijn broer binnenlopen samen met de boer. “Jij bent niets anders dan een vuile nicht. Moet je niet even gaan dansen?”, waarna ze een soort klompen-huppeltje deed. Iedereen weer lachen natuurlijk. Ik pakte mijn rugtas en liep langs de lachende schuur, de boer, de jongens van het land, naar de oprit van de boerderij. Tranen kwamen op, maar ik keek naar de trein die in de verte reed naar het zuiden.

Mijn broer stond al snel naast me en probeerde me te troosten met: “Ze bedoelen het niet zo” en “Ze zijn het morgen weer vergeten”. Maar toen ik niets antwoordde en naar de verte bleef staren zei hij als snel: “Je moet ook gewoon normaal doen, dan doen ze niets.” Om dat vervolgens kracht bij te zetten met een “Loop gewoon normaal en praat niet zo verwijfd.”

Bij de oprit stond het bloemenwinkeltje. Het winkeltje was eigenlijk een kas. Iedereen die richting Alkmaar reed kwam er langs en vaak werden er kleurige boeketten verkocht voor de familie en vrienden die werden bezocht. In zo’n winkel is iedereen altijd vrolijk. Binnen stond de boer met zijn vrouw naar mij te kijken. Nee-knikkend keek hij een andere kant op. Achter me hoorde ik flarden van “Vision of Love”. Ik hoorde me broer nog zeggen “Wat ga je doen?” en daarna “Niet doen! Niet doen!”, maar het glasgerinkel dat ik hoorde was het mooiste nummer dat ik die dag hoorde. Ik rende naar mijn fiets en reed zo snel mogelijk weg van de boerderij.

Hijgend stapte ik af toen ik vlakbij huis was. Ik plofte neer op een stapel bakstenen, die bouwvakkers hadden achtergelaten. Madonna kwam geruisloos naast me zitten. “Mariah Carey is een trut, dat weet je. Ik ben trots op je.” “Maar nu is iedereen boos op me. En ik hoef daar niet meer terug te komen.” Maar Madonna lachte alleen maar. “Jij bent toch ook boos, maar ik heb je geleerd om te dansen vandaag. Take your pick, baby.” Waarna ze vervolgens opstond en wegliep. Ik bleef haar met mijn ogen volgen. Ze danste het fietspad af, ze draaide af en toe en lachte. Het was een beetje zoals aan het einde van de La Isla Bonita videoclip. De zomer zou nog lang duren.


6 reacties

DACS1973 · 2 oktober 2009 op 11:49

Het was voor mij een complete verassing om meerdere keren het woord ‘verotte’ te lezen in dit stuk. Een veraderlijk woord, blijkbaar 😉

Afgezien van een enkele taalfout vind ik het een vlot geschreven, prettig leesbaar verhaal. Misschien is het een goed idee om dialogen onder elkaar te zetten.

axelle · 2 oktober 2009 op 16:45

Ik vind deze heimelijk erg goed!

Callar · 2 oktober 2009 op 22:20

ja, die spelfout… stom en mijn excuses daarvoor!

Ik ben blij dat jullie het leuk vonden.

pally · 2 oktober 2009 op 22:53

Ik vond het een beetje heel erg lang (voor een column, dan). Het is eigenlijk een verhaal. Maar ondanks de fouten vind ik het goed geschreven, in een heel eigen stijl. Met observaties om de ik-figuur heen die raak zijn.

groet van pally

Mien · 5 oktober 2009 op 11:12

Een r teveel gepeld.

Leuke opzet, deze column, maar veel te lang.

Mien

HKVH · 7 oktober 2009 op 14:32

Vies he die witte smurriebollen, en wat gingen je wijsvinger en duim pijn doen van die droge bollen.
Handschoenen hielpen niet, tape soms wel. En weken later waren je handen nog niet schoon.
In de bolleschuur waar ik gewerkt heb zelfde soort situaties meegemaakt. Had je een plekkie was ie al bezet door de oudere garde, en had jij pech. Muziek… ach ja een klein deel bepaalde het.
We komen dus uit dezelfde regio, en voor mij een heel herkenbaar verhaal, wel wat lang. Maar echt heel herkenbaar…..

Geef een antwoord