Believe it or not, ik ben benaderd voor een maandelijkse column over het onderwerp ‘liefde’ voor een datingsite. Nou laat ik je maar vertellen dat een medecolumnist me niet voor niets heeft omgedoopt tot Koningin Kansloos. Maar dat gedeelte hadden ze waarschijnlijk over het hoofd gezien. Ha, ik en de liefde, pfffoe schei me uit zeg! Alsof ik, als liefdesexpert de singles die willen daten, stimulerende tips kan geven via mijn columns. Ik denk eerder dat ik driekwart van de desperate singles zo ontmoedig met mijn liefdesrampscenario’s dat ze acuut in relatietherapie moeten voor bindings- en/of verlatingsangst.

Ik ben n.l. niet echt het goede voorbeeld en zal jullie ook uitleggen waarom. In mijn eerste serieuze relatie ben ik vervangen door de o zo geweldige, begripvolle, naar aandacht snakkende collega van mijn vriend. Het beëindigen van onze relatie ging volgens het ik-weet-het-niet-meer-aftrapprincipe. Dit houdt in dat de man zich liever zo gedraagt dat de relatie door zijn koele en afstandelijke houding vanzelf uitgaat, zodat hij zelf niet het initiatief hoeft te nemen. Hij zal dus nooit eerlijk durven zeggen: ‘schat, ik heb een ander, want ik ben al een jaar op jou uitgekeken en mijn collega scheert zich tenminste wel nog elke dag.’ Nee, meestal verloopt het eindscenario héél anders!

Ik vraag: ‘schat, is er soms iets? Je slaapt al weken op het randje van het bed.’
‘Nee hoor, ik ben alleen een beetje moe. Werk, druk enz.’
Je accepteert dit smoesje net zolang als medisch verantwoord is en nadat je 5 kilo bent afgevallen (en dat altijd op de verkeerde plaats, je toch al niet grote borsten) door het negeren, stel je de alles onthullende vraag. ‘Muppie, houd je eigenlijk nog wel van me?’
En hij zegt: ‘ik weet het niet.’
‘Is er soms een ander?’
‘Ach, wat een vraag, doe niet zo idioot.’
‘Ja hallo, is het nu ja of nee, anders is daar de deur!’
Hij denkt een halve seconde na, pakt zijn koffer en is weg. Eén week later hoor je van vier mensen dat ze hem hand in hand hebben zien lopen met zijn collega. Een vrouwelijke collega nog wel. Helaas, was het een man geweest, dan was het iets minder pijnlijk. Maar ook weer niet zo heel veel minder.

Je denkt al vlug, dit gebeurt me geen 2e keer. Maar ach, dan ken je mij nog niet….. Alleen verloor ik die 2e keer ook nog eens mijn pasgekochte huis, mijn hond en mijn geld. Inmiddels ben ik zo keihard geworden, omdat ik bang ben dat ik een 3e keer niet meer overleef. Ik ben zo blind geworden in de liefde dat vrienden mij voor mijn verjaardag een witte stok met rode ringen er omheen hebben gekocht. Daarnaast zijn de mannen zonder collega’s erg schaars. Na deze fiasco’s heb ik wat kortdurende relaties gehad waarin ik zelf de dumpster werd. Daardoor kwam ik er wel achter dat het inderdaad niet zo makkelijk is om iemand tactvol te dumpen. Ik wilde het exit-draaiboek van we-moeten-eens-praten in ieder geval op een betere manier doen. Dus niet via een e-mail met daaraan een dodelijk virus gekoppeld of een dumpboodschap via een fax, sms of voicemailtje.

Meestal zei ik dan: ‘het ligt niet aan jou, het ligt aan mij’, wat nog waar was ook. Dit sloeg niet echt in, want de afgewezene wilde niet horen en dus moest hij maar voelen, volgens mijn vriendin. Daarom volgde ik haar, overigens altijd werkende, advies op en zei: ‘Een vriendin van me vertelde mij dat ze soms wel eens een man pijpt en het allerergste is dat ze het naar bedorven champignonsoep smakende en geurende goedje ook nog doorslikt! Walgelijk! Ik moet er niet aan denken!’ Ongelooflijk, ik heb nooit meer wat van hem gehoord.

Na 4 jaar is het eindelijk een volhoudertje gelukt om mijn vertrouwen in de liefde weer terug te winnen en om met een breekhamer mijn muur, die toegang geeft tot mijn hart, te doorbreken. Dit kostte mij veel bloed, zweet en tranen en hem veel begrip en geduld. Ik ben er nog lang niet. Desalniettemin heeft het wel geleid tot de 4 woorden die ik na lange tijd weer openlijk durf uit te spreken: Ik hou van je. Mocht ik toch weer het complete vertrouwen in de liefde herwinnen, dan wil ik alsnog mijn standpunt om columns over de liefde te schrijven heroverwegen. In ieder geval zouden mijn eerste bemoedigende woorden voor alle wanhopige singles luiden: Een goede relatie is geen geschenk, maar een werkstuk.

Met andere woorden: LIEFDE IS EEN WERKWOORD!

Mercurius


1 reactie

Kees Schilder · 16 januari 2003 op 19:51

ik proost op die vier woorden, zij het met melk tegenwoordig ,in tegenstelling tot het glas uilenbrouwsel dat je op de foto ziet.
groet
kees

Geef een reactie