Begin februari, ‘t was nog bitter koud, vond ik mijzelf in de wachtruimte van politiebureau Doelwater in Rotterdam. John, met wie ik uit eten was geweest, deed aangifte van zijn tijdens ons diner gerolde portefeuille. Een oude, verwarde en met zwaar accent sprekende dakloze meldt zich aan het loket. Hij is de dagopvang uitgeschopt, had zijn bus naar de nachtopvang gemist, zat onder de medicijnen en was helemaal in paniek. Met een telefoontje regelt de agent nachtopvang voor de man. “Gaat u maar even zitten. Als u vijf minuten wacht, kan een auto u wel even brengen”. Hij komt naast me zitten. Ik bereid hem automaatkoffie en luister naar zijn misfortuin, trots op Aboutalebs Rotterdam. De Maasstad gaat erop vooruit, stel ik met frisse tegenzin vast. Er is, zoals altijd, hoogbouw bijgekomen. Deze intolerante, bevooroordeelde rechtse zak had liever gezien dat die Marokkaanse upstart uit Amsterdam er een potje van maakte. En dan nog van de PvdA ook. Dat weerwolvennest heeft nog een mes in Bram Pepers rug zitten, dat me tot op de dag van vandaag de kast opjaagt. Miljarden heeft Peper aan handel voor de Rotterdamse haven binnengesleept, en hem dan om een paar tulpenbollen op zijn bonnetjes af te rekenen, ach sodemieter toch op. En afgebrand dat die man altijd maar werd. En hoe linkser het schorriemorrie, hoe groter de fakkel. En dat ging maar door, en dat hield maar niet op. Hij leek Bonnie St. Claire wel. Hij was al hoog en breed geen burgemeester meer, toen die maffiose kliek in dat stadhuis met zijn veel te dure schoonmaakbeurt de carrière van een kundig, hardwerkend bestuurder brandschatte. De PvdA liet hem vallen als een baksteen onder aanvoering van twee Hans hetende gladjakkers, ben even te stoned om op hun achternamen te komen. Is Peper nog lid van die ordeloze troep? Het zou hem niet sieren.

John is na een uur klaar met aangeven. We gaan nog wat drinken. Hij heeft het helemaal gehad met Nederland, wil naar Schotland waar callcenterjobs zijn en hij heeft al contact met een uitzendbureau en ziet het helemaal zitten. Kenner van het klappen van de emigrantenzweep, maak ik temperende kanttekeningen in weerwil van zijn koppig enthousiasme, mijzelf niet geheel vreemd. Die recruters zijn haaien, John, en stellen het allemaal veel mooier voor en zo goed is jouw Engels helemaal niet. John zit in de schopstoel van een verkruimelende relatie, en denkt niet helemaal recht. Daar is hij toch al geen held in.

“Als jij terug naar Nederland komt, kunnen we misschien een huis gaan delen”, oppert hij ineens. Daar hebben we het nog wel over, John. Ik zit voorlopig nog wel even in Dublin, ben net een schizofreen kwijt die de politie op mijn dak stuurt, en zit niet onmiddellijk op een licht borderline gokverslaafde beroepsfigurant te wachten, hoe lekker je ook bent.

Twee weken later mailt John mij dat hij een zelfmoordpoging heeft ondernomen, en dat het niet gelukt is want anders kon hij mij niet mailen. Schotland ging niet door en de gezondheidszorg laat hem ook stikken en hij moet bij zijn vriend weg en dus heeft hij ook nog de stress van een aanstaande verhuizing. Wat een diva nou toch weer. In reply vloek ik hem stijf, dat hij goed op zijn lekkere achtereind van een varken moet passen, en ik kom wel gauw overgevlogen.

Broedend op mijn wedervaren in mijn maanbeschenen tuin van kiemende zonnebloemen. Nergens krijg je zoveel zon, maan en regen tezelfdertijd als in Ierland. In Rotterdam wacht mij de lekkerste reet van de hele wereld, die een ontzettende schop moet krijgen. Bij jou ben ik als bij geen ander een echte vent. Met liefde spaar ik weken op, en vul je tot aan de nok, totdat je in mijn gezicht spuit en me waarschuwt dat ik niet in je kont mag schieten. Wees maar niet bang, koningszwijn uit Arcadië. Mijn zaadovervloed gutst als grondstof uit een subatlantisch lek op je behaarde tieten. Proestend smeer ik met mijn gezicht het ampele bewijs van mijn mannelijkheid in je behaarde pracht van voren, tot we vastgeplakt zitten en waarom ben je nou toch zo’n warhoofd.

Nee ik trouw niet met je. Voor jezelf moet je zorgen. Doe dingen nou toch eens een voor een. Heb je nou al een huis? Goed zo. Werk? Twee opnamedagen, toemaar. Weet je al op wie je gaat stemmen? Nou heb je me heel erg aan het schrikken gemaakt, dus ik weet het goed gemaakt. Je stemt in mijn plaats, want bij jou wordt het toch maar PVV of Rita. Ik was te laat met aanmelden bij de ambassade en Nederland moet het nou zonder mij doen. Dus als Bram Peper geen eenmansfractie is begonnen, doe dan maar Partij voor de Dieren.


3 reacties

Mien · 5 juni 2010 op 17:50

Mmmm, raak de weg een beetje kwijt in deze column.
Lijkt wel een Western.

Mien

arta · 5 juni 2010 op 19:07

Beetje hak op de tak, maar wel lekker:-D (lekker leesbaar, dan:-D)

Prlwytskovsky · 6 juni 2010 op 00:28

In het ‘van de hak op de tak’ had ik André van der Louw en Arie Lems er ook nog maar even bijgehaald. 😆

Lekker leesvoer. :duimop:

Geef een antwoord