Uw Kinderen zijn niet Uw Kinderen
Zij zijn de Zonen en Dochteren van het Verlangen
van het Leven naar zichzelf.

Zij Komen door U maar niet van U
En hoewel zij bij U zijn
behoren zij U niet toe. U Kunt hen Uw liefde schenken
maar niet Uw gedachten.

U Kunt hun lichamen een tehuis bieden
maar niet hun Ziel.

Want hun Ziel woont in het huis van Morgen,
dat U niet kunt bezoeken
zelfs in Uw dromen niet

U kunt er naar streven als zij te zijn,
maar Probeer hen niet te maken zoals U bent,
Want het Leven gaat niet terug, noch verblijft het bij gister.

Deze woorden van Kahlil Gibran staan op de achterkant van een ansichtkaart. Dienah, een oudere vriendin, heeft ze in sierlijk (half blok, half aaneen) handschrift opgeschreven: Voor Sagita 14 september 1986. Het is de dag voor mijn verjaardag en ik ben ruim drie maanden zwanger van mijn jongste zoon.

‘Mam,’ vraagt David: ‘Heb jij nog iets van Bert Thiecke?’

Mijn gedachten keren terug naar gisteren, toen David nog niet geboren was. Naar de stormachtige periode in mijn leven, waarin niets hetzelfde bleef. Tweede helft jaren zeventig, de tijd van demonstreren en praten is voorbij. We willen actie en zetten zelf de verandering in gang. Vormen werkgroepen, gaan aan de slag in wijken en buurten. Zelf werk ik mee in een wijkwinkel, een rechtswinkel en zet een gezondheidsproject op. Alles met doel om mensen kennis aan te reiken, ze mondiger te maken waardoor ze minder afhankelijk zijn van de bestaande hulpverlening en autoriteiten. In die periode leer ik bijzondere mensen kennen waaronder Bert. Terugkijkend, denk ik, dat we in dit proces zelf het meest veranderen. Mensen sluiten zich aan bij Bhagwan, homo’s springen met bosjes uit de kast en vrouwen worden bewust ongehuwd moeder, waaronder ik zelf. Een paar jaar later is alles voorbij.

Bert wordt in de zomer van 1983 door zijn ex-vriend Stephen met een messteek in de hartstreek om het leven gebracht. Stephen neemt daarna een overdosis aan medicijnen, afkomstig uit de huiartsentas van Bert.
‘Twee Nederlanders dood in tent op camping in Italië,’ kopten de kranten.

‘Bert Thiecke?’
‘Ja, ik moet dit blok voor school een korte documentaire maken.’

David volgt een opleiding voor filmmaker en wil nu – ruim 25 jaar later – daar een film over maken. Twee dagen lang keer ik mijn huis om. Op zoek naar sporen van Bert. Ik weet toch bijna zeker dat ik laatst, ook tijdens een speurtocht naar oude krantenknipsels, zijn rouwkaart nog in mijn handen heb gehad.
Verwachtingsvol trek ik iedere witte enveloppe met grijze rand uit de stapels nieuwjaarswensen, vakantie- en verjaardagskaarten, die ik in de loop der jaren trouw heb bewaard en die nog steeds wachten op een plaatsje in een album of toch maar de papierbak in.
Ik doorzoek zelfs de rode plastic Blogger box waarin de nalatenschap van moeder rust en constateer dat ik die bewaar-tic van geen vreemde heb. Krantenknipsels, kaarten, bidprentjes en ja veel rouwkaarten van ooms, tantes van mijn vader en van mijn broer. Onderin een bundeltje ouderwetse wensen, in fraai handschrift geschreven door een leerkracht en voorzien van mooie plaatjes, die wij als kind ter gelegenheid van een feest voor onze ouders plachten op te zeggen.
De rouwkaart van Bert vind ik niet. Alleen een kaart van zijn familie uit een plaats gelegen in het noorden van het land met dank voor de getoonde belangstelling. Ik begin er nu zelfs aan te twijfelen of ik wel ooit zo’n kaart heb ontvangen? Wat wist zijn familie over zijn leven hier? Over zijn vrienden, over mijn bestaan?
Ik realiseer me dat ik ben vergeten hoe oud hij was en heb moeite met het voor de geest halen van zijn gezicht; blond, lichte ogen, vermoedelijk lenzen, zachte uitstraling met soms een ironisch trekje om zijn mond. Echt scherp krijg ik zijn trekken niet. Ik heb hem nooit meer gezien. Bert is een van die mensen waar ik geen foto van heb.

In mijn dagboeken begin ik af en toe met een brief aan zijn familie. Vertel dat ik Bert mis en vraag om een foto, waarmee ik de herinnering aan hem levend wil houden voor mezelf en voor mijn kind. De laatste poging is gedateerd mei 1988. Aram is dan zes en David – inmiddels geboren – alweer ruim een jaar. Uiteindelijk heb ik nooit een brief aan de familie verstuurd.
Ons rest een zilveren bekertje met Aram’s naam erin gegraveerd. Een geboorte geschenk van Bert en een aantal kaarten door hem aan ons verstuurd. Vanuit verschillende vakantieoorden zendt hij ons zijn lieve groeten en spreekt de hoop uit dat hij ons spoedig weer zal zien.

Tijdens mijn zoektocht naar ‘iets’ van Bert vind ik de kaart van Dienah. Uitgetypt vind ik de tekst minder indrukwekkend. Dat de ziel van mijn kinderen woont in het huis van morgen, waar ik ze niet kan bezoeken, blijft hangen.

David zit vol plannen. ‘Mam!’ Belt hij me op. ‘Weet je wat ik ontdekt heb!’
‘Nee.’
‘Bert en Stephen waren in Verona. Ze bezochten daar de opera en weet je hoe de camping heette waar ze verbleven?’
‘Geen idee.’
‘Romeo E Giulietta!’


Sagita

Het persoonlijke is politiek!

16 reacties

Meralixe · 2 mei 2012 op 14:03

Zo, na vier reacties van uw hand dan toch nog een eigen schrijven dat waarschijnlijk meer dan kritisch zal gelezen worden vanwege uw eerdere (eerlijke) reacties op anderen.
Uw opener, dat gedicht van Kahlil Gibran kende ik niet en is ronduit schitterend.
Uw verder schrijven en ook uw blog waar ik eens ben gaan loeren getuigd van een kwaliteit waar ik als simpele Belg zelfs een beetje jaloers op ben.
Helaas, en nu mogen andere reacties me tegenspreken, helaas, het leest wat te warrig. Ik krijg gedurende het lezen de verhaallijn niet loepzuiver voor de ogen. Zelfs na twee keer traag en bestuderend lezen is het me nog niet helemaal duidelijk.

Overigens, natuurlijk welkom op column x. :pint:

Mien · 2 mei 2012 op 15:59

Tsja, wat zal ik hier van zeggen.
Een beetje makkelijk scoren met Kahlil.
Maar vooruit, het schept ook nieuwe inzichten en een goede en veilige binnenkomst op CX.
Welkom dus hier.
Ben meteen benieuwd naar je volgende bijdrage.
Dat dan weer wel.

[b][url=http://www.lakegarda.biz/images/romeo-juliet.jpg]Mien casa senza Romeo[/url][/b]

Sagita · 2 mei 2012 op 16:20

Ha ha… ja dat hoop ik echt Meralixe. Eerlijke en commentaar waar ik wat van kan leren is voor mij een cadeautje. Dat helpt je als schrijver vooruit! Het kost ook tijd en moeite omdat je echt na moet denken. Dat heb jij gedaan. Mijn dank hier voor. Verhaallijnen is iets wat ik erg moeilijk vind. Klopt. Misschien dat een andere lezer er nog iets in kan vinden? Een klein draadje?

Libelle · 2 mei 2012 op 16:24

Noblesse Oblige. Ben ook benieuwd naar je volgende.
Heb er eentje gehad, een Giulietta, in 1980.
Paste wel bij een huisarts toen.
Weet je wat ik altijd uitprobeer? Ik geef mezelf na vijf minuten opdracht om eens uit te leggen, waar het verhaal over gaat. Hier lukte het niet. De vanzelfsprekendheden voor jou zijn dat niet voor mij.

Sagita · 2 mei 2012 op 17:32

Libelle dank! Ja dat lijkt mij een goed idee. Moeilijk vind ik ook onder welke kop een schrijfsel precies past. Eigenlijk – denk ik – horen wij hier allemaal columns te schrijven, maar daar is toch van afgeweken. Wel zo leuk trouwens! Ik vroeg me dus af bij het plaatsen is het wel een verhaal of algemeen of wat dan ook.
Zelf begrijp ik het natuurlijk wel. Het is een kleine zoektocht n.a.v. een vraag van je kind en dan al zoekende kom je terecht bij een stuk uit je eigen leven, waarover je eigenlijk een heel boek zou moeten schrijven.
Vast wel herkenbaar!

LouisP · 2 mei 2012 op 20:12

Het gedicht is prachtig.
Wat daarna komt is goed geschreven. In ieder geval intrigerend. Ondanks de lengte is er ruimte om het een en ander zelf in te vullen.
Mooie website!

Dees · 2 mei 2012 op 20:46

Vind het als eerste hier dan echt een heel mooi stuk. Niet dankzij het gedicht, want inderdaad, geprint in kille compuletters met kapitalen voor extra gewicht, ach. Maar de geest uit het verleden die zich niet helemaal laat vangen door de nieuwe generatie en dan de uitsmijter, toch iets gevangen. Echt erg mooi.

arta · 2 mei 2012 op 23:12

Hey Sagita, leuk jou ook hier te kunnen lezen.
Ik vind het ook, zoals Louis al zei, een erg intrigerend stuk. De warrigheid als metafoor voor vervlogen tijden. 😉

Sagita · 3 mei 2012 op 00:04

Louise dank voor je sportieve commentaar, het compliment over mijn website en dat er nog wat overblijft voor de lezer om zelf in te vullen. Ik zelf houd daar wel van!

Sagita · 3 mei 2012 op 00:10

Dees smaken verschillen, maar ik ben wel blij dat je het echt mooi vindt en de wijze waarop je dat verwoordt! Ook echt mooi!

Sagita · 3 mei 2012 op 00:23

Ja ik kwam hier eigenlijk door het stuk van Ferrara: groei en bloei. Zo grappig! Zo te lezen heb jij hier heel wat te doen. Vind je het stuk echt warrig of doel je op de hiaten zoals die ontstaan bij het verbleken van een oude foto?

arta · 3 mei 2012 op 07:28

De eerste drie alinea’s moest ik even goed lezen, daaarna las het heerlijk soepel!

Harrie · 3 mei 2012 op 11:17

Prachtig verhaal. Ontroerend en subtiel vervlocht en doorwrocht.

Sagita · 3 mei 2012 op 23:27

Merci merci!!! Natuurlijk best spannend zo’n eerste post, maar dank zij jullie heb ik het goed overleefd!

sylvia1 · 7 mei 2012 op 12:24

Mooie column. Ik lees (en herken) er vooral de kloof in tussen jezelf en je eigen kinderen. Het niet tastbaar kunnen maken, over kunnen brengen van je eigen leven naar hun leven. Sluit mooi aan bij het gedicht.

Sagita · 7 mei 2012 op 13:06

Sylvia1, scherp gezien! Ik heb het opgeschreven zonder dat ik me hier echt bewust van ben. En toch voel ik me vaak een Mozes die zelf het beloofde land niet in mag!

Geef een antwoord