Met de neus op de feiten

De Karwei hangt er werkelijk vol mee. Een heel rek met alleen maar artikelen om je huis ‘kindveilig’ te maken. Deurvertragers, traphekjes, kinderslotjes, hoekbeschermers en noem het maar op. Je kunt het natuurlijk ook overdrijven om je huis te versieren met al dat plastic, alleen maar om je kind te behoeden voor ongelukjes. Volgens mij is het gewoon een kwestie van goed op je kind letten en dan gebeurt zoiets niet. Toch?

Herfst in aantocht

Gistermorgen om 10 uur in de ochtend hoor ik de voordeur openknallen, een hoestbui in de gang en dacht echt dat er iemand uit Pieterburen was ontsnapt zo’n geluid, en een zwetende Claudy kwam de kamer ingewandeld.

Zorg

Meneer Bakker zit achter de geraniums. Alweer. Buren proberen een glimp van hem op te vangen en sommigen steken hun hand op. De nieuwsgierige buurvrouw van nummer 4 klampt een voorbijganger aan. Tijdens het kletsen schudden ze hun hoofd en loeren schichtig naar zijn raam. Hij zwaait. Beschaamd wuiven ze terug.

Van luier naar sluier terug in de luier

“Dag tante Stijn, daar ben ik weer.”
“Moet ik U kennen?”
“Sally, dat weet U toch wel. Hoe is het? Nog bezoek gehad van de week?”
“Niemand. Er komt hier nooit iemand.”
“Jawel toch, hier in het dagboekje staan elke dag namen van mensen die geweest zijn. En elke dag komt er ook één van uw kinderen zie ik.”
“Heb ik kinderen dan?”

Spoedeisende Hulp

‘Met de alarmeringsdienst. Uw vader is gevallen. Kunt u er even heengaan?’
‘Ja, oke. Weet u hoe hij eraan toe is?’
‘Nee, we kunnen hem slecht verstaan.’
Ik hang op en met een angstige mengeling van vluchtneigingen en plichtsgevoel probeer ik helder te worden. Het is tien voor half drie in de nacht. Een stemmetje in mijn achterhoofd roept: ‘Ik wil niet, ik wil echt niet!’ Het is de derde keer in twee weken, dat ik uit mijn slaap gebeld word, omdat mijn vader is gevallen in zijn huis.