Virus alert!

The most wonderful time of the year! Niet precies als je het mij vraagt hoor. Qua gezelligheid misschien, maar de gezondheid laat deze maand te wensen over. Hoesten en proesten voert de boventoon bij ons thuis. Als ik zelf niet geveld ben door een griepje, is het mijn man wel. Als wij er weer bovenop zijn, is het bij de kinderen weer snotneuzenfestival. Een vicieuze cirkel, gebroken nachten en chronische moeheid zijn het gevolg.

Satan lacht

Gestimuleerd door de column “het Knevelisme” van collega Schilder geef ik toe aan de verleiding om mijn licht eens een keertje te laten schijnen over de spreekbuis van het Gristen-fundamentalistische volksdeel. Ik begrijp God niet. Waarom staat hij toe dat hij zo belachelijk wordt gemaakt? Wat moet God op dat kantoor van de firma Hemel & Hel toch een pleurisbestaan hebben… Een deur verder op de gang zit zijn collega Satan zich te bescheuren. Hahaha, die rare Gristenen met hun Evangelische Omroep.

Iedereen en Niemand

Het water spoelde over zwart bemoste basaltblokken, er waaide een stevige aanlandse wind en het motregende. Zo nu en dan tenminste. Soms was het droog maar het bij vlagen stuivend water had de meeste mensen thuis doen blijven. Was het droog geweest dan waren de zandverstuivingen daar wel een reden voor geweest. Iedereen was niet thuisgebleven want Niemand was wel op het strand.

Vetzucht of viespeuk

Met de fiets aan de hand schuifelt meneer Blooper over het trottoir. Meneer Blooper gaat naar het zwembad. Op zijn bagagedrager ligt zijn tasje met handdoek en zwembroek. En een stukje zeep voor na het zwemmen want je haar wordt zo stug van al die chloor. Niet dat meneer Blooper nog veel haar heeft. Verre van dat, meneer Blooper bezit welgeteld zestien krakkemikkige haartjes op zijn roze schedel.

Verloren

Het is midden in de nacht en de telefoon gaat. Niemand belt ’s nachts, tenzij je slecht nieuws hebt. Met een brok in mijn keel neem ik de telefoon op. “Hallo?” Het is mijn oma. “Ik voel me niet goed, volgens mij krijg ik een hartaanval, wil je asjeblieft snel komen?” Ik schiet in mijn spijkerbroek, trek snel een trui aan en sprint, ondertussen mijn schoenen aantrekkend, naar mijn auto.