Mijn Prinses

Ik hoor weer de treden van de trap kraken onder zijn gewicht welke hij bijna niet meer kan dragen. Ik rook weer de sterke lucht van alcohol die hij zoals gewoonlijk mee bracht uit de kroeg hier om de hoek. Ik kon zijn smerige bedorven adem bijna weer voelen. En als laatste voelde ik mijn hart die weer als een konijn op de vlucht zat te kloppen. Angstig op zoek naar een uitweg, maar nergens scheen een bordje boven een deur met “exit”.

Klootzak

Als hij weer eens de zoveelste ruzie had, kwam ik als super woman tussen beide en rookte de vredespijp. Toen hij voor de zoveelste keer gedumpt was door een vrouwelijke vreemdgangster stond ik voor zijn deur met zijn favoriete smaak cheetos chips. Wanneer zijn vader stierf door een noodlottig bedrijfsongeval, stond ik dagelijks bij zijn bed om hem er weer uit te sleuren.

‘t Is gebeurd hoor.

12:00 melden in het ziekenhuis. Mijn altijd lieve paps brengt me en ik word netjes voor de deur afgezet. Bij de receptie word ik doorverwezen naar afdeling 1A (dagopnamen). Daar weer melden bij de receptie en ik mag in een wachtkamer plaatst nemen. Al zittende en lezende aan een tafel worden er wat maaltijden binnen gebracht. Lekker, maar niet voor mij. Ik sta al sinds gisteren droog omdat je nuchter aan de operatie dient te beginnen. Een beetje een kwelling is dat wel.

Persiflage

Wat een troep, wat een ellende allemaal. Het leven. Reeds vroeg in de ochtend op een koude, mistige wintermorgen in het jaar Onzer Heren 1967 voelde ik mij bij het ontwaken beroerd en misselijk. Kwam het van de wijn die ik gisteren met gulle hand -alsof het nooit oorlog wordt- had geschonken voor mijzelf en kunstbroeder C.?

Plastic: not so fantastic

Je kan de televisie niet aanzetten of je ziet weer van die mensen die zich zonodig op moesten laten leuken door mister Schumacher himself. Opleuken kan ik het eigenlijk niet eens noemen, het is eerder ‘afleuken’. Als Marijke Helwegen niet met haar plastic hoofd op tv is, dan is het Conny Breukhoven wel. Om over al die ‘make me (not) beautiful’ programma’s maar te zwijgen.