Een hoopje Lance

Ik zag hem bij de apotheek in Raalte. Hij kwam een bestelling ophalen. Zestig dozen werden in zijn vrachtwagen geladen. Met een dikke zwarte winterjas en een petje keek hij schuchter om zich heen. Bijna onherkenbaar, maar zijn gele armbandje verried hem. Ik was te verbaasd om iets te zeggen. Lance fucking Armstrong. In mijn dorp. Bij de apotheek.

Telefoon

Nee, nee en nog eens nee Matthijs, Yvon komt niet meer bij jullie aan tafel. Nee, ook niet als ze haar kakelbonte serviesje mag promoten.
En Arie kun je trouwens ook schudden, moe je maar nie zo lélluk doen!
….
Vrije nieuwsgaring, ja boeie, maar het is óns programma..en nou zijn we het zat, al dat negatieve met die Sanne en d’r poppetjes..ze leken ook nog eens nergens naar.

Willems Malaise

Er is in een week tijd weer voldoende voorbij gevlogen op de propaganda kanalen. De Syriërs schijnen teruggekeerd te zijn uit Haren, uiteraard zeer teleurgesteld. Economisch staat ons nog het een en ander te wachten en het gevecht om het Witte Huis is nu echt los gebarsten. En ik sluit af met vuurwerk om je leven een nieuwe boost te geven.

Poetslappen

Een dienend, op maatschappelijke verrijking gericht beroep. Dan denk je dan al vlot aan een carrière bij de politie. Kwestie van rechtvaardigheidsgevoel, inzet verbale kwaliteiten en, af en toe, wat spiermassa. Een stukje servicegerichtheid naar de dankbare burger toe. Samen een geweldige klus klaren. Medeburgers verantwoordelijkheidsgevoel bijbrengen. Niet dwingend, simpelweg vanuit overtuiging, natuurlijk overwicht. “Dit is het spel en dat de regels”. Die regelgeving is feitelijk niet nodig. Iedere rechtgeaarde burger wil het spel niet missen en een bijdrage leveren! Want de mens is intrinsiek goed. Fietsverlichting is dus op orde, rood is piepend in de remmen en andermans eigendommen worden gekoesterd, zelfs met eigen leven beschermd.

Groen met witte stippen

Een jurkje was het. Iets van groen met blote armen. Zomers dacht ik. Dat was geen bijzondere gedachte. De zon scheen en het was vijfentwintig graden. Zomers warm. Aangenaam warm. Ik had haar al een tijdje in beeld. Het groene jurkje. Ze was mijn oriëntatiepunt aan de fietspadhorizon. Op afstand. Was het honderd meter? Het zou kunnen. Iets meer of iets minder was ook mogelijk. Ze was er in ieder geval. Bij het grijze fietspad, de blauwe hemel en witte stapelwolken kleurde ze goed met haar groen. Een vrouw was het, dat wist ik zeker. Volwassen vrouw waarschijnlijk. Ik had er goed tempo in maar naderde haar slechts langzaam.