Op de vlucht

Willem lag roerloos op de grond. Plotseling zag ik beelden van John en Alex aan de deur. Ze zouden niets vragen. Ze zouden zo naar binnen lopen. Ze zouden mij buiten westen slaan en daarna Connie.
‘Je hebt ’m doodgeslagen!’ riep Connie vol afschuw. Ze was naast Willem in het gras gaan zitten. Ze tastte naar zijn hals.

Ouwe lul !

Ochtend. Verbaasd en geïrriteerd kijk ik naar het getal op de elektronische weegschaal.
Al drie dagen hetzelfde. Ondanks zwarte koffie, superdunne crackers en 20+ kaas.
Kruiswoordpuzzel. Drie sterren. Vijf horizontaal. Ik tel het aantal witte hokjes. Kan er niet opkomen.

Pieper

Ik stap uit de metro en wring mij via brede, overvolle stenen trappen naar beneden. Onder het station bevinden zich enkele winkeltjes, efficiënt in het talud weggewerkt. Ik spits mijn oren. Een indringend gepiep wringt zich via mijn oren mijn schedel in. Brandalarm! Ik kijk nerveus om mij heen. Welke kant moet ik opvluchten? Nergens is rook te zien, laat staan vlammen. Nog niet.

Hoera, Ik ben een voicemail!!

Als bij Patty Brard de telefoon overgaat en het blijkt haar manager te zijn, springt zij een gat in de lucht en ze slaakt een dameskreetje uit. Patty kan het bijna niet bevatten. Tranen rollen ongegeneerd over haar siliconen wangen. Met een lichte vibratie in haar stem vraagt ze haar manager het goede nieuws een keer te herhalen.
‘Ja echt Patty, je word een voicemail!’

Kamelen fetisjisten

Het gaat beginnen de oorlog, geen ontkomen meer aan Sodom of Sadam moet weg en snel. Nu moet de gehele westerse wereld wapens en materieel gaan sturen naar de Yanks, anders vinden ze ons niet meer aardig. En zouden ze de volgende ruzie wel eens met ons kunnen gaan zoeken.