Hungry

Ik heb honger als een beer, maar de McDonalds is nog ver weg. Ik heb nog 10 minuten maar vrees dat ik het niet ga redden. Op de snelweg is het druk. Vreemd, want op dit tijdstip van de dag is het normaliter heel rustig. Heeft vast te maken met de afloop van het festival dat vandaag plaatsvond. Shit, was ik maar eerder vertrokken.

Killing me softly

Vanachter de gesloten deur hoor ik haar zachtjes kreunen. Door het raampje zie ik een opgeblazen mensje verkrampt in bed liggen. De lakens zijn doorweekt van het vocht.
Haar vel vertoont opengesprongen plekken en zelfs het brandlaken waar ze op ligt kan niet voorkomen dat haar huid langzaam loslaat.
Ik kijk naar de waskom in mijn handen en zucht onhoorbaar. Dit wordt een strijd. Alleen de wasbeurt al is uitermate vermoeiend en pijnlijk voor haar.

Groen met witte stippen

Een jurkje was het. Iets van groen met blote armen. Zomers dacht ik. Dat was geen bijzondere gedachte. De zon scheen en het was vijfentwintig graden. Zomers warm. Aangenaam warm. Ik had haar al een tijdje in beeld. Het groene jurkje. Ze was mijn oriëntatiepunt aan de fietspadhorizon. Op afstand. Was het honderd meter? Het zou kunnen. Iets meer of iets minder was ook mogelijk. Ze was er in ieder geval. Bij het grijze fietspad, de blauwe hemel en witte stapelwolken kleurde ze goed met haar groen. Een vrouw was het, dat wist ik zeker. Volwassen vrouw waarschijnlijk. Ik had er goed tempo in maar naderde haar slechts langzaam.

Onderbuikgevoel

“Pfft, lig jij nu wéér naast me? Ik heb je al zo vaak gezegd dat je welkom bent op me, onder me, desnoods aan me, maar ik wil je niet naast me.”
Ik kijk mijn bedgenoot aan. Boos. Argwanend. Hij geeft geen antwoord, rommelt alleen nors. Letterlijk en figuurlijk stom. Het maakt mij misselijk.