Na de vlucht
Connie en ik zaten op de bank en keken tv. Het was veertien dagen na onze vlucht. We dachten er elke dag aan. Soms spraken we er over. We konden er niets aan doen. Ik had ontelbare malen gespeeld met het idee ’t Hoekje te bellen en naar Willem te vragen. Maar ik was bang dat ik iets wakker zou roepen. Dat Willem meteen zou weten wie er belde. Dat was onzin natuurlijk.
