‘Ciraaaaaa……’ . ‘Waar is ze nou.’ ‘Kiekeboe’ Cira kijkt vanachter de boom lachend naar haar oudere zus Lucia. ‘Ow Cira, laat me nou niet zo schrikken’. Lachend rent Lucia naar haar kleine zusje van drie en tilt haar op. Cira schatert het uit van het lachen. ‘Kom we gaan weer naar mamma toe’ zegt Lucia.
Als ze binnen komen is de moeder van de meisjes aan het huilen, ze verbergt haar tranen en vraagt met een lachend gezicht wat ze willen drinken. Lucia zet Cira op de grond en loopt naar haar moeder. ‘Mam wat is er?’ vraagt ze. ‘Niks lieverd, ik zat een zielig boek te lezen, dat is alles.’ Lucia gelooft haar moeder niet echt, maar laat het zitten. Samen met haar zusje speelt ze een spelletje kwartet. Na een uur gaat Cira naar bed.
Lucia brengt haar naar bed, dit doet ze al een aantal weken omdat haar moeder zo moe is. En aangezien Lucia toch vakantie heeft is dit geen probleem voor haar. De volgende dag gaat Cira met haar vader naar de kinderboerderij, Cira is hier gek op. Al die diertjes die ze kan aaien.
Lucia blijft thuis, ze is om 9u al op en begint met een aantal wassen te draaien. Daarna loopt ze naar beneden en begint aan de afwas. Om 12u is haar moeder nog niet beneden geweest en boven heeft ze nog geen geluid gehoord. Ze loopt naar boven en gaat zachtjes haar moeders kamer in. Het is stil. Haar moeder beweegt niet. Lucia loopt naar het bed. ‘Mam’ zegt ze zachtjes. Geen reactie. ‘Mam’ zegt ze nu wat harder. Nog steeds geen reactie. ‘Mam!’ ze pakt haar moeder bij haar schouders en schudt haar door elkaar. ‘Wat is er Luc, moet je me nou zo vroeg wakker maken. Iedereen ligt nog te slapen’. ‘Maar mam, het is al 12u pap en Cira zijn weg. Je ligt zolang te slapen. Ik schrok’.
‘Ga maar naar beneden ik kom er zo aan’ zegt haar moeder met kalme stem.

Cira en haar vader komen terug van de boerderij. Cira is door het dolle heen en rent vrolijk door het huis heen en weer en vertelt onsamenhangende verhalen over alle diertjes die ze heeft gezien en geaaid. Haar vader staat breed lachend met z’n handen in z’n zij te kijken naar zijn jongste telg. Lucias moeder is diep is gedachten. Lucia ziet het maar reageert hier niet op. Na een week is Lucia het een beetje zat om steeds de was en de afwas te doen. Ze is nog maar 16 denkt ze bij zichzelf. Ze vraagt aan haar moeder wanneer ze zelf weer eens de was gaat doen, haar moeder wordt boos. ‘Heb je dan helemaal niks over voor je moeder, je weet hoe moe ik ben’. ‘Maar daar ken ik niks aan doen’ zegt Lucia en krijgt tranen in haar ogen. Haar moeder ziet dit en krijgt meteen spijt van haar uitval.
De moeder van Lucia loopt naar haar toe en omhelst haar. ‘Sorry Luc, ik weet het wel, het is jouw taak niet, daar ben je veel te jong voor. Laten we het samen doen, oke?’
Lucia knikt en drukt haar moeder tegen haar aan. Ze voelt dat ze moet huilen, maar waarom? Het is nou toch goed. Ze blijven nog even zo staan en Lucia onderdrukt haar tranen.
Diezelfde avond gaat Lucia naar een vriendin. Samen gaan ze naar de film. Het was erg gezellig en die extreem leuke jongen was er ook.
Als ze om 23u naar huis fietst ziet ze lichten in de verte flitsen. Brandweer? Zou er brand zijn in de buurt? Maar als ze dichterbij komt ziet ze dat het een ambulance is en dat hij bij haar huis voor de deur staat. Ze begint harder te fietsen en allerlei gedachten gaan door haar hoofd.
Dan voelt ze het, haar moeder…………het gaat niet goed. Ze rent naar binnen en ziet vanuit de deuropening haar vader, hij draait zich om en kijkt haar aan vol medelijden. Aan zijn rode, betraande gezicht ziet Lucia genoeg. Haar vader zegt niks en in een flits rent Lucia richting trap, in de verte hoort ze haar vader haar naam roepen. Ze rent door en komt in de armen van het ambulance personeel terecht. Terwijl deze man haar tegenhoudt en de trap af begeleidt, ziet ze over zijn schouder haar moeder op bed liggen. Levenloos en bleek.

Langzaam loopt ze het crematorium uit. Cremeren, dat was haar moeders wens. Alles was geregeld. Haar moeder wist dat ze doodging en ze had niks gezegd. De huisarts heeft beroepsgeheim, hij kon niks zeggen. Haar moeder had het moeten vertellen, dan had ze tenminste afscheid kunnen nemen. Cira is al een week bij haar tante. Ze is te klein om dit te begrijpen. Nu is Lucia alleen met haar vader. Ze komen aan in een leeg huis, haar vader heeft niet veel gezegd sinds haar moeder is overleden. Het huis is een rommelig, de kamer ligt vol condoleance kaarten.
Haar vader zet koffie. ‘Wil je ook?’ vraagt haar vader met kille stem. ‘Nee’ zegt Lucia bedeesd. ‘Ik ga naar bed’. Ze weet niet wat ze moet doen met haar vader. Hij is zo stil en afstandelijk. Lucia slaapt slecht die nacht. Als ze ’s ochtends wakker wordt en naar beneden gaat, ligt haar vader op de bank. Hij heeft dezelfde kleren aan als gisteren alleen z’n das zit los. Altijd draagt hij een pak met stropdas, op z’n werk, thuis. En nu ook met de crematie.
Op tafel staat een fles. Als Lucia goed kijkt, ziet ze dat het een fles Jenever is. Deze werd alleen gedronken op verjaardagen. Zou hij gisteravond die fles willen weggooien, maar is hij in slaap gevallen? Of heeft hij hem opgedronken? Terwijl ze nadenkt over hoeveel er nog in die fles zat, wordt haar vader wakker. Hij kreunt zachtjes en draait zich om. Met zijn ogen dicht grijpt hij naar zijn hoofd en trekt een pijnlijk gezicht. Als hij zijn ogen open doet schrikt hij en schiet overeind. Perplex blijft Lucia hem aankijken. Hij kijkt verbaasd naar haar, maar dan verandert zijn blik in boosheid. ‘Waarom kijk je zo naar me? Ja, ik heb op de bank geslapen.’ Hij staat op en loopt langs haar heen naar boven. Lucia hoort de douche aangaan. Ze pakt de fles en gooit hem weg. Waarom werd hij zo boos? Wat heb ik gedaan? Niks toch.
Na een week gaat Lucia weer naar school, haar zusje Cira is nog steeds niet thuis. Volgens haar vader kan het niet in verband met zijn werk. Verder wil hij er niet op in gaan. De afgelopen week was haar vader anders dan anders. Hij bleef tot laat op en werd vaak ’s ochtends op de bank wakker.
Als ze zich klaarmaakt om de deur uit te gaan en de lege fles melk in de bak gooit ziet ze een stuk of 10 flessen alcohol liggen. Onderweg naar school vraagt ze zich af of haar vader die op heeft. Ze besluit het aan hem te vragen als ze thuis komt.
Als ze thuis komt vraagt ze aan haar vader die wederom om de bank ligt of hij al die flessen heeft opgedronken. Haar vader zet de tv uit en staat woest op. Hij loopt naar haar toe en haalt uit. Lucia schrikt en rent naar boven. Huilend valt ze op haar bed. Als ze in de spiegel kijkt ziet ze door haar tranen heen dat haar wang rood is. Het gloeit. Als ze na een paar uur slapen naar beneden loopt ligt haar vader tv te kijken. Hij kijkt haar aan en kijkt weer naar de tv. Ze weet zeker dat hij haar rode wang heeft gezien. Ze snapt het niet, wat heeft ze gedaan dat hij zo doet. Ze pakt wat drinken en gaat weer naar bed.
De volgende ochtend gaat ze weer naar school, ze doet zo zachtjes mogelijk om haar vader niet wakker te maken. De tv staat nog aan. Er staan nu 2 flessen op tafel. Als ze thuis komt is haar vader woest. Hij stormt op haar af. ‘Waarom heb je mij vanochtend niet wakker gemaakt? Je weet dat ik moet werken. Ik moet geld verdienen. Anders heb jij geen eten meer.’ Voordat ze iets kan zeggen pakt hij Lucia bij haar haar en sleurt haar richting trap. ‘Nee pappa, alsjeblieft doe het niet!’ schreeuwt ze. Hij trekt haar naar achter en slingert haar naar voren zo de trap op. Lucia blijft liggen. Ze voelt haar hart kloppen. Het wordt nat onder haar neus en het loopt haar mond in. Haar arm doet pijn. Ze hoort haar vader weggaan, hij trekt de deur met een harde knal achter zich dicht. Na een paar minuten, draait Lucia zich om en gaat op de trap zitten. Met een pijnlijk gezicht wrijft ze over haar hand, dit voelt niet goed denkt ze. Ze haalt het natte van haar bovenlip. Het is bloed. Dan gaat de bel. Meteen denkt ze, ik doe niet open. Zo kan ik niet gezien worden. Ze hoort haar vriendin roepen. Ze staat op en doet de deur open. ‘Wat is er met jou gebeurt’ Abby kijkt haar verschrikt aan. ‘We gaan nu naar de dokter’. Lucia kan niet eens protesteren, ze voelt zich te zwak.
Als ze het ziekenhuis uitloopt kijkt ze angstig naar haar gips om haar pols. Gebroken. ‘Gelukkig geloofde ze dat ik van de trap ben gevallen’ denkt Lucia.
Abby heeft haar hulp aangeboden, maar Lucia heeft dit niet nodig. Problemen tussen haar en haar vader kan ze zelf wel oplossen. ‘Hij houdt van me’ mompelt Lucia als ze naar huis loopt.
‘Nu komt het goed, als pap het gips ziet, zal hij het nooit meer doen en komt alles goed.’
Maar thuis aangekomen is dit niet het geval. Haar vader reageert onverschillig op het gips. Hij zegt dat ze naar bed moet gaan. Huilend valt ze in slaap.
Haar moeder. Lucia vertelde wat haar vader heeft gedaan. ‘Lucia, ik weet wat pappa heeft gedaan. Je moet weggaan. Dit kan veel erger aflopen dan een gebroken pols.’
Dan is haar moeder weer weg. Lucia wordt bezweet wakker. Meteen mist ze haar moeder. Ze weet wat ze moet doen.
Ze loopt zachtjes naar beneden. Ze ziet dat haar vader al weg is. Een gevoel van opluchting. Ze loopt weer naar boven en kleedt zich aan na een warme douche. Ze pakt wat kleren in en haalt al het geld uit haar spaarpot en uit de spaarpot van haar ouders. Ook pakt ze spullen van haar zusje in. Ze weet dat haar zusje bij haar tante is en ze moet en zal haar meenemen. Bestemming onbekend.

Bij haar tante Emmy aangekomen wacht ze in de straat. ‘Hoe pak ik dit aan? Moet ik zo naar binnen lopen en m’n zusje meenemen?’ denkt Lucia. Terwijl ze daar staat komt haar tante naar buiten en ziet Lucia staan. Lucia schrikt. ‘Lucia, wat doe jij hier? En wat zie je eruit kind?’ zegt haar tante vol verbazing en schrik. Ze loopt naar Lucia toe, kijkt wat verward naar haar en haar tassen. ‘Kom mee kind, gaan we naar binnen.’
Daar binnen gekomen omhelst ze haar zusje. ‘Cira wat ben ik blij jou te zien lief kind’. Ze geeft haar zusje een dikke pakkerd. ‘Waar is mamma, Lucia?’ vraagt kleine Cira.
‘Mamma is er niet meer, weet je het nog? Mamma is hier heel ver vandaan en waakt over jou en je grote zus’ legt Lucia’s tante uit.
Cira gaat weer verder spelen. Lucia en haar tante Emmy gaan aan tafel zitten.
‘Meisje wat is er gebeurd? Heb je gevochten? Hoe is het met je?’ vraagt tante Emmy in een adem. Lucia twijfelt. ‘Zal ik het haar vertellen, alles vertellen over pappa? Zou ze mij geloven, het is haar broer’ denkt Lucia.
Voordat Lucia antwoord kan geven zegt haar tante dat ze haar alles, maar dan ook alles kan vertellen.
Lucia slaakt een diepe zucht en begint te vertellen. Ze vertelt van haar vader, zijn gedrag, zijn alcohol gebruik en dat hij haar geslagen heeft. Ze vertelt alles, tot in detail.
Ze is blij dat ze het heeft verteld. Haar tante kijkt haar aan. ‘Wat zal ze zeggen? Zal ze me geloven?’.
‘Luc, je vader heeft het moeilijk…..’ begint Emmy. ‘Ja maar dat is geen excuus. En ik ga niet terug, echt niet! Als ik dat doe…ik…ik weet niet wat er dan zal gebeuren. Misschien overleef ik het wel niet.’ Tranen rollen over haar wangen, het komt er nu allemaal uit. Ze beseft nu hoe bang ze is voor haar vader.
‘Ik weet dat het geen excuus is. En je hoeft niet terug, dat is niet goed voor jou, maar ook niet voor je vader.’ begint Emmy ‘je blijft hier bij mij wonen. Ik heb ruimte zat en je hoort nu bij je zusje te zijn. Wil je dat?’ Lucia knikt.

’s Ochtends wordt Lucia wakker van een hoop lawaai. Haar zusje zit naast haar op de grond te spelen. Lucia loopt de kamer uit en luistert bovenaan de trap. Ze hoort haar vaders stem. Hij is dronken. Dan hoort ze haar tantes stem.
‘Samuel, je kan de kinderen niet meenemen. Je bent hier niet toe in staat. Je bent mijn broer en ik hou van je, maar dit kan niet en dat weet je.’ ‘Het zijn MIJN kinderen Emmy en ik neem ze mee als ik dat wil. Ze horen bij mij’ Nee, Samuel. Je bent dronken. Je kan niet eens voor jezelf zorgen, laat staan voor je kinderen.’ ‘Maak me niet boos Em.’
Emmy zucht en kijkt Samuel aan. ‘Sam, als je nu niet gaat dan bel ik de politie.’
Samuel begint te lachen. ‘Ja hoor, de politie op je eigen broer afsturen.’ ‘Ik meen het Sam. Ga.’
Samuel kijkt zijn zus aan en ziet dat ze het meent. Hij geeft het op en gaat weg.
Lucia loopt langzaam de trap af. Haar tante zit aan tafel.
‘Je hebt het zeker gehoord’ vraagt Emmy. Lucia knikt. ‘Dit had je niet moeten horen, maar ja anderzijds je bent al oud en wijs genoeg en je weet donders goed wat er aan de hand is.’
Lucia gaat naast haar tante zitten. ‘Tante, hoe moet dit nu, ik kan niet voor altijd bij jou wonen.En hoe moet het met pappa?’
‘Ik ga er alles aan doen om jou en je vader te helpen oke.’

Lucia komt terug van school. Na een jaar is ze eindelijk een beetje gewend op school. Samen met haar tante hebben ze haar kamer en die van Cira leuk ingericht. Al een jaar heeft ze haar vader niet gezien. Haar tante heeft de voogdij en haar vader zit in een afkickcentrum. Het ging heel slecht met hem. Hij is een paar keer opgenomen geweest in het ziekenhuis na ongelukken door alcohol. Maar nu gaat het beter met hem. Met iedereen eigenlijk. Lucia heeft het naar haar zin op school en haalt goede cijfers. Cira zit ook op school en vindt het geweldig.
Vanmiddag gaat ze voor het eerst haar vader opzoeken. Eerder was dat niet mogelijk omdat hij erg agressief was.
Haar vader staat voor het raam als Lucia, Cira en haar tante aankomen bij het afkickcentrum.
Lucia voelt zich plots bang worden. Ze blijft staan. Haar tante pakt haar hand en fluistert: ‘Wees niet bang Luc, het gaat goed met je vader. En als je het niet leuk vindt, gaan we meteen weg.’ Lucia loopt langzaam door. Dan loopt haar vader weg. De voordeur gaat open en haar vader staat daar. Cira rent er naar toe ‘pappa’ roept ze. Haar vader tilt haar op. ‘Hee meisje van me, wat ben je groot geworden’. Als haar vader Lucia ziet, zet hij Cira neer en wijst haar naar de zitkamer. ‘Loop daar maar heen, daar kan je spelen.’
‘Hallo Lucia, hoe is het met je? Je ziet er goed uit, je wordt al een echte vrouw.’
‘Goed’ zegt Lucia terughoudend. Haar vader neemt haar en haar tante mee naar de zitkamer.
Na een lang gesprek voelt Lucia zich een stuk beter. Ze begrijpt nu dat haar vader ziek is, maar aan de betere hand is. Nog een paar weken en hij is helemaal genezen. Hij zei dat het hem spijt. Dat is fijn om te horen vindt Lucia.

Een aantal weken lang blijft Lucia haar vader opzoeken. Één keer in de week gaat ze bij haar vader op bezoek. Ze praten veel met elkaar en het gaat al een stuk beter. Lucia weet niet of het ooit nog zo zal worden als hiervoor.

Als Cira vijf jaar oud is geworden, komt haar vader langs op haar verjaardag. Iedereen is verbaasd. Samuel vertelt het nieuws aan zijn twee dochters en zijn zus. Hij heeft een huis gekocht en heeft geen hulp meer nodig. Toch schrikt Lucia een beetje. Haar vader ziet dat.
‘Als je wilt, mag je nog hier blijven wonen, als je tante het goed vindt. Maar onthoud dat de deur open voor je staat’ zegt Samuel.
Als haar vader weer weg is, de boel is opgeruimd en Cira op bed ligt, gaat Lucia naast haar tante zitten op de bank. ‘Tante, ik wil niet bij mijn vader wonen’ zegt Lucia. Haar tante kijkt haar aan. ‘Ik begrijp het wel Luc, dit is niet zomaar iets. Je vader beseft dat ook, daarom mag je hier blijven wonen als je dat wil.’
’Nee tante, dat wil ik niet’. Emmy kijkt haar verbaasd aan. ‘Ow……maar…..ja, wat wil je dan?’.
‘Ik wil op mezelf.’

Al een jaar woont Lucia op haar zelf, ze doet de opleiding voor bedrijfsmanager en werkt 36u per week. Zo kan ze én leren én werken. Ze woont in een klein appartement die ze gezellig heeft ingericht. Er zit zelfs een kamertje voor zusje in. Cira komt één keer in de twee weken een nachtje logeren. Geweldig vindt ze dat die kleine meid over de vloer en ook Cira is dolblij als ze bij haar oudere, volwassen zus komt. Volwassen ja, Lucia is in korte tijd volwassen geworden. Haar moeders dood, de mishandeling door haar vader en de gedeeltelijke zorg over haar zusje.
Lucia is vaak bij haar vader, ze hebben een goede band. Lucia is erg blij dat ze niet meer bij haar vader is gaan wonen. Ze denkt dat het dan niet goed was gegaan. Dan was het te snel geweest. Het vertrouwen was er nog niet helemaal. Haar vader is het met haar eens, hij beseft heel goed dat hij fouten heeft gemaakt en dat het waarschijnlijk niet goed was gekomen als ze gelijk bij hem kwam wonen. Maar nu is alles goed.


6 reacties

Mosje · 19 januari 2005 op 13:46

Het spijt me Sandy, ik heb het stuk niet uitgelezen. Was me veel te lang.

Li · 19 januari 2005 op 13:51

Hetzelfde geldt voor mij.
Sorry.
Misschien kun je iets afspreken met Spooksell? 😛

Mosje · 19 januari 2005 op 13:55

Li:
Sandy trouwt met spooksell
en vormen een ideaal verhaalstel
😛

Ma3anne · 19 januari 2005 op 15:38

Voor mensen die hier komen om verhalen te lezen, is het natuurlijk wel leuk.

melady · 19 januari 2005 op 23:52

Nu had ik al een tenniselleboog, nu een scroll-duim.

korteverhalen.nl

Melady 🙂

Sandy · 20 januari 2005 op 06:27

Inderdaad best lang, maar was het de moeite waard die scroll-duim 😛

Geef een antwoord