De tijd van Witte Wilfred is voorbij. Witte Wilfred, de nerd met zijn bleke huidskleur van dagenlang Dungeon Keeper spelen, gebogen schouders van de vele uren CivCity en brilletje van nachtenlang Warcraft. Hij is steeds minder in de menigte zichtbaar. De huidige spelers van Final Fantasy en Second Life bevinden zich onder ons. Meisjes van veertien met sproeten, mannen van negentien met lichte bakkebaarden, vrouwen van veertig met klotsende oksels en waarschijnlijk ook jij. En waarom zou je geen game spelen? Liever een potje Bubbles op je werk dan het eeuwige patience, en fitnessen doe je thuis met je Wii Balance Board. Gamen is cool. Toen ik 8 jaar was, speelde ik al veel spelletjes. Mijn consoles bestonden uit de NES, de Commodore en de draagbare GameBoy. Ik reisde door alle levels van Marioland, gooide kranten op de stoep, door ramen en naar oude vrouwtjes die me achtervolgden in Paperboy en slingerde in touwen in Duck Tales. Helaas hadden we nog geen Pokémon om data uit te wisselen, maar wie een GameBoy had, die hoorde erbij.

In datzelfde jaar had ik mijn eerste internationale game-ervaring. Een Belgische jongeman, gekleed in korte broek, stoere sportschoenen, gel in zijn haren en wel 10 jaren oud, daagde mij uit voor een potje Tetris. Ik probeerde mij met mijn volle 8 jaren te verdedigen. We persten onze lippen op elkaar, beten tot bloedens toe in de tong van de spanning en probeerden alle blokjes zo snel mogelijk op de juiste plaats te krijgen. Niemand kon ons storen in die volle vier minuten. En ik won. Hoewel nog niet letterlijk, stak ik met kop en schouders boven hem uit. Hij erkende zijn nederlaag en ik was de held van de camping.

Het ging goed tot de middelbare school. Ineens waren mensen die gingen gamen nerds. En ik was het helemaal met mijn klasgenoten eens. Computergames zijn voor sukkels! Want sukkels zijn stom, saai, hebben geen vrienden en weten dus alles van computers. Ik niet. Ik vond computers leuk, maar veel te ingewikkeld om allemaal toetsencombinaties te proberen, terwijl ik heel hard hoopte dat het spel niet zou crashen. Ik geloof dat bijna niemand iets van die games snapte. Behalve de slimmeriken. Dat kon ik niet hebben, dus noemde ik ze ook nerds.

Inmiddels ben ik, net als iedereen, genoeg thuis op het internet om zelf ook te gamen. Ik zal het maar bekennen: ik ben zo verslaafd aan Neopets, dat ik het automatisch typ als neopets.com. Er hangt een uitgeknipt krantenknipsel aan mijn beeldscherm, getiteld ‘Uren dwalen door Neopia. Door Suzanne Verbaan.’ Ik wil steeds de Neopunten storten op mijn bankrekening, een collectie ‘oma bobbelhoofden’ aanleggen en elke dag naar Gelei Wereld om een stuk Cornupeper Gelei te incasseren. Sinds de site aan merchandising doet in Nederland, heb ik alle knuffels verzameld van een drogist die ze twee jaar geleden weggaf bij producten. Ik schrijf met hun pennen en potloden. Ik maak er foto’s van. Ik heb zo mijn ex leren kennen. En ik ben nog steeds dagelijks online.

Nu durf ik er voor uit te komen. Want gamen is stoer. Ik vind het zelfs jammer als ik niet met vrienden mee kan praten over de nieuwste games. Ze spreken online af om samen te werken tegen duistere wezens, de laatste tips en trucs te leren, wisselen items en personages uit om verder te komen en communiceren continu, zowel via Skype, de telefoon en sms-berichten.

Ik ben nog trots op mijn eerste internationale gamecontact, maar bijzonder is het niet meer. Zelfs ik ken inmiddels personen over de hele wereld, die dagelijks verscholen achter hun avatars en personages mij een dagelijkse uitdaging bieden. Maar ik ben wel jaloers. Spelers van strategiegames werken veel meer samen en krijgen een sterkere band dan ik met mijn mede-neopetters. Een kennis speelt vaak met een vriendenclubje in Finland. Deze zomer vertrekt hij om ze in het echt te ontmoeten.

De klassieke nerds bestaan niet meer. Die zijn omgeschoold tot de coolste jongens en meisjes van de klas en werken nu zelf voor game fabrikanten, om de spelletjes te bedenken die wij helemaal uit gaan diepen. Vooral nu de vakantie voor de deur staat, want nu is er eindelijk tijd om alles uit te pluizen en de personages nog verder te upgraden. Een zomer vol nieuwe vrienden, leerervaringen, plezier en weinig zon. Wit is het nieuwe bruin. Ik ben klaar om witter dan wit de zomer in te gaan.


9 reacties

SIMBA · 8 juli 2009 op 07:54

[quote]Wit is het nieuwe bruin[/quote]
Joepie, ik ben hip!! 😀
Ik ben noodgedwongen (door ziekte) een gamer geworden en ik vind het een heerlijk tijdverdrijf.

arta · 8 juli 2009 op 13:02

Eigenlijk ben ik geen gamer, maar één van onze medeCX-ers heeft een spel op haar hyves staan…
WB, HAAL DIE BLOKKEN VAN JE HYVES, IK WORD ER GEK VAN! (hopen dat het helpt…)
Excusez-moi voor het offtopic gaan, maar het moest er ff uit.
Leuke column, goed geschreven, Neus!
🙂

axelle · 8 juli 2009 op 14:22

Ik heb gamen altijd onwaarschijnlijk interessant gevonden. Op de lijst van Meest Onnuttige Bezigheden weliswaar. 😀
Axelle

Mup · 9 juli 2009 op 07:04

Ook in gamen kun je een ouderwetse suffe doos zijn, ik speel rummy online :oeps:

Leuk stuk, witte Mup

WakendOog · 9 juli 2009 op 08:05

Mooi beschreven hoewel ik zelf nooit verder ben gekomen dan Doom95.. Ik ben dus helaas net geen nerd genoeg..

lisa-marie · 9 juli 2009 op 13:21

Hij is goed !!!
gelukkig is gamen van elke leeftijd.

Enne offtopic ; laat die Blokken maar op die ene hyves staan, zo heeeeerlijk verslavend 😀

Prlwytskovsky · 10 juli 2009 op 00:20

@Arta: lucht het op? 😆

@Neus: daar ben ik te oud voor geworden, voor dat gehuppel en gewiebel. I play mijn eigen game.
En ik wil je niet bang maken, maar de zomer is bijna weer voorbij hoor. 😉

Mien · 10 juli 2009 op 07:38

Leuke game-column Neus.
Dat zijn nog eens spelletjes.
Je bent een echte game-jager.
Maar win je ook altijd?
Game, set and match!

Mien stroopt liever

arta · 10 juli 2009 op 10:22

@Prlwyt: Oh, nou, zeker!:-D

Geef een antwoord