De frêle hand van mijn moeder ligt in de mijne. Alsof een mol gangen in haar gestel graaft, verdwijnen de blauw geaderde lijnen onder haar nachthemd om in haar hals en gezicht weer op te duikelen. Hier en daar ontspruit een dikke hoop, gevormd door een moedervlek of gesprongen ader.
Ze kreunt wat, en fluistert: ‘Vergeef me. Zand erover, dan kan ik verder.’ Er gaat een schok door mijn lijf en automatisch trekken mijn handen zich terug. Haar woorden schieten door mijn hoofd en maken kortsluiting. De flitsen die ontstaan trekken ruw een lade open die ik lang geleden heb gesloten. Alles valt eruit, en ik raap het weer bij elkaar.

Dat mijn geboorte mijn fout is, en die van de dokter, daar was ik snel achter. Na het koningskoppel, bestaande uit een jongetje en een meisje, liet mijn moeder een spiraal inbrengen. Helaas voor hen zwom ik door dat wokkeltje heen en werd ik een paar maanden later ongewenst op Moeder Aarde gelanceerd. Als klein kind heb ik dat ‘ongelukje’ vaak moeten aanhoren. ‘Máár we houden wel van je, hoor’.

De twee oudsten kregen een compleet andere jeugd dan ik. Mijn broer uitte al jong zijn voorkeur voor de kleur roze. Van mama mocht hij alles. Haar hoge hakken stonden hem schattig en papa’s scheermesje leende hij zodra de eerste haren op zijn benen groeiden. En niet alleen daar.
Ik herinner mij nog een knallende ruzie die tot gevolg had dat hij met Kerst en verjaardagen niet werd uitgenodigd. Maar op een dag kwam ik uit school, en ineens zat hij er weer alsof er nooit iets was gebeurd. Ik vroeg mijn moeder ernaar. ‘Oh, niets aan de hand. Zand erover, en weer door’, zei ze terwijl haar handen een veegbeweging maakten. Zo ging dat. Zand erover, en weer door.

Mijn zus was het vaderskindje dat zich meer als jongetje gedroeg. Stoer, met een knalblauwe overall en klompen. Samen met pap kon zij urenlang rommelen in de moestuin achter ons huis. Op zaterdagmorgen fietsten zij steevast naar de markt. Dan namen zij een doos met vier tompouces of moorkoppen mee.

En ik? Ik was een geval apart. Weer of geen weer; elke zaterdagmorgen werd ik heel vroeg naar een visvriend van mijn vader in Scheveningen gebracht. ‘De dokter zegt dat de lucht je goed zal doen’, zei mijn moeder. Dit was vreemd, want de enige keer dat ik de dokter had bezocht, was om een ingegroeide nagel te behandelen. Hij heeft niet gerept over ‘Scheveningen’ of ‘frisse lucht’.
Maar daar ging ik dan van mijn achtste tot mijn elfde jaar. En met één gulden vijftig voor de terugreis op zak wachtte ik tot alle negen uren door de grote wijzers van de klok waren weggetikt.

De vriend van mijn vader wilde dat ik hem oom Piet noemde. Vreselijk vond ik het om zijn stoppelbaard te moeten kussen wanneer ik kwam en ging. Hij wist dat, en maakte het altijd nog erger door mij met zijn sterk stinkende handen dicht tegen zich aan te trekken en zijn vieze adem aan mijn gezicht te laten plakken. Het leek elke keer langer te duren en soms was ik bang dat hij mij nooit meer zou loslaten. Hij deed wel meer vreemde dingen, die oom Piet, en ik probeerde niet te kijken.

Maar dan eindelijk, rammelend van de honger, mocht ik naar huis. Het eerste wat ik zag was een lege doos en papiertjes met de naam van de bakker erop. Mijn moeder ving mijn blik.
‘Wie er niet is, krijgt niets. Inhalen doen we hier niet. Dat hoort niet. Wij hebben een heerlijke dag gehad, en hee kijk niet zo sip, want je bent heus niets tekortgekomen, hè.’

Blij met de aandacht stak ik enthousiast van wal. Over oom Piet, met zijn broek op de hielen. Nou mama zó gek, want hij stond niet te plassen maar met één hand heel hard te krabbelen. Kijk, zó!
Achter mij klonk een doodskreet. Precies op het moment dat mijn vader Knuffel, onze kat, naar mijn hoofd slingerde, keek ik om. Knuffel belandde met zijn uitgeklapte nagels midden in mijn gezicht, om met een harde bons op de grond te kwakken. Doodsbang en met zere wangen van de krassen vluchtte ik naar mijn moeder.
‘Ongelukje, kan gebeuren. Kom, we pakken een beetje Sterilon. Even doorbijten want het prikt. Zo. Zand erover, en weer door,’ en ter bevestiging kreeg ik een vluchtige kus op mijn kruin.

Dit ging jaren zo door. Wanneer je in ons gezin iets wilde uitpraten, werd dat afgedaan als ‘oude koeien uit de sloot halen’. Spiegels hingen er dan ook puur en alleen voor de sier, of hooguit om oppervlakkig een uiterlijke reflectie te bewonderen.

Al puberend kon mijn zus niet kiezen tussen alle jongens die haar aanbeden. Zij probeerde ze dus allemaal; sommigen meermaals. Aan de pil mocht ze niet – dat was immers voor ordinaire snollen. Op haar zeventiende raakte zij zwanger, en haar bastaardzoon was bij mijn ouders niet welkom. Zij brak met het hele gezin en vertrok met haar zoontje naar Frankrijk om als schoonmaakster in een chambre d’hôte te werken.

Mijn broer werd straalverliefd en kreeg een serieuze relatie met een grote, pikzwarte meneer. Hij was altijd al kleurrijk, die broer van mij en droeg als kleine jongen regelmatig roze en zwart. Toen hij die combinatie ook in zijn armen en bed kreeg, was dat de druppel voor mijn vader. De homoseksualiteit had moeten overwaaien en pap vond het dan ook zéér merkwaardig dat dit niet het geval was. De grote, pikzwarte heer in het leven van mijn broer deed voor hem de deur dicht. Letterlijk.

‘Het moet niet gekker worden!’, riep ik. ‘Hoe kun je in Godsnaam voorwaardelijk van je kinderen houden?’ Het vernietigende antwoord van mijn vader volgde, maar miste zijn doel. Hij pakte de inmiddels hoogbejaarde Knuffel, smeet hem in mijn richting maar in plaats van mij te raken, vloog het arme dier door de ruiten van de schuifdeuren. Het kostte Knuffeltje letterlijk de kop – een glasscherf in zijn strot werd hem fataal. Nooit zal ik vergeten hoe hij in paniek en onder luid gegorgel in zijn eigen bloed lag te stikken. En uiteraard kreeg ik de schuld, want was ík er niet geweest, dan had Knuffel nog geleefd.

Net zoals de ruiten van de schuifdeur, lag ook ons gezin aan diggelen. Het zand was op, ik was op en kon het niet meer verdragen. Kort nadat mijn broer het huis moest verlaten, vertrok ik vrijwillig. Ik logeerde hier en daar en woonde een paar keer samen met wat vriendjes. Door vallen en opstaan maakte ik kennis met veel meer dan ‘zand erover, en weer door’. Ik leerde over mannen met kriebeljeuk, het bakken van zoete broodjes, inhalen en delen.

In de lente en herfst bezocht ik steevast tante Som, de zus van mijn vader. Over ons gezin spraken wij niet. Wijze tante Som wist genoeg, en zei dat iedereen recht heeft op een eigen laatje. Via tante Som bleef ik in elk geval op de hoogte van het reilen en zeilen van mijn ouders. Want wat er ook gebeurde: zij zouden nooit mijn ex worden.
Zo vernam ik dat mijn vader in 2008 overleed aan een hartaanval. Een uitvaart was er niet – hij liet zijn lichaam na aan de wetenschap. Kort na paps overlijden begon mijn moeder te kwakkelen met haar gezondheid. Ook zij kreeg het aan haar hart, gevolgd door een gebroken heup en de ongemakken van een verpleeghuis, doorligwonden, infecties, ziekenhuisbacteriën, noem maar op. Sindsdien heb ik veelvuldig contact met mijn tante.
Vanmorgen belde tante Som dat mijn moeder stervende is en mij wil zien.

En nu zit ik hier, aan het sterfbed van mijn moeder. Ik draai het licht wat hoger. De flitsen nemen af. Ik neem haar vingers tussen mijn handen, kruip iets dichter naar haar toe. Ze kreunt iets onverstaanbaars. Heeft ze toch van mij gehouden? Smeekt ze om vergeving? Ze hapt naar adem en knijpt verbazingwekkend hard in mijn handen. En dan sist ze haar laatste eis in mijn oor. Geen wens, nee een eis. ‘Ik wil geen begrafenis maar een crematie!’ Hoopvol kijkt ze mij aan. Mijn glimlach stelt haar zichtbaar gerust.

‘Mam, mag ik je kussen?’
‘T-t-uurlijk kind, ei-eindelijk verzoening! Weet je hoe ik… hoe z-zwaar… ik…?’
Ik ruk haar hoofdkussen onder haar hoofd weg. Terwijl ik haar gezicht er zachtjes ermee afdek, bezweer ik: ‘een crematie, nee. Ik laat je begraven. In stijl. Zand erover! Dan kan ik weer door’.
De klemtoon wordt via mijn woorden vertaald naar mijn handen, het kussen, en uiteindelijk naar haar gezicht.


WritersBlocq

Talent voor tekst, taal en verhaal

21 reacties

Mien · 1 april 2012 op 01:13

Hier past zwijgzaamheid die luid verkondigd moed behoeft. Kortom dit raakt. Knap geschreven WB. En indien for real. Respect voor jou en hopelijk ook een beetje troost. What doesn’t kill you makes you stronger.

Mien

champagne · 1 april 2012 op 09:20

Mooi met een hoofdletter M! Ik hoop alleen niet dat het autobiografisch is…zelfs niet voor een deel.

Libelle · 1 april 2012 op 11:00

Ontegenzeglijk mooi geschreven. Ik beleef er sterke dubbele gevoelens bij.

SIMBA · 1 april 2012 op 13:24

Hee, ik had vanmorgen een reactie geplaatst en nu is ie weg. Nou, nog maar een keertje….WB het is een juweeltje; tragisch maar heel vlot, lekker leesbaar geschreven!

Ontwikkeling · 1 april 2012 op 15:23

Ademloos gelezen. Rauw, ruw, krachtig. Bitterzoet einde. Respect. :wave:

Li · 1 april 2012 op 15:55

Knap om dit op deze manier te schrijven. Elke alinea schreeuwt het bijna uit om nog verder uitgediept te worden. Zou zomaar een boek kunnen zijn/worden. Chapeau!

:kus: van Li

pally · 1 april 2012 op 16:08

Het voelt autobio, WB, maar hoeft het natuurlijk helemaal niet te zijn. Het raakt de ziel. Dit kind, dat jij zo razend knap neerzet, zou je alsnog willen knuffelen… :wave: :wave:

liefs, Pally

Chretienne · 1 april 2012 op 19:10

Ik ben het eens met de anderen. Heel mooi geschreven, nodigt uit tot verder lezen en hij raakt!

Boukje · 1 april 2012 op 21:31

Supergoed verwoord.
Komt binnen als een kogel.
Hartverscheurend mooi.

Nisa · 2 april 2012 op 08:52

Jee, ik dacht dat ik hier al had gereageerd…bij deze nogmaals dan..

Zowel technisch als inhoudelijk een column waar je even voor buigt…

Fem · 2 april 2012 op 08:52

Prachtig en heftig…

KawaSutra · 2 april 2012 op 12:56

Wouw, wat een story! Uitstekend opgebouwd.
Knap om praktisch alles wat er bij de opvoeding verkeerd kan lopen in zo’n samenhangend verhaal te combineren. Een heldere vorm van maatschappijkritiek, zo lees ik dit. Misschien was deze vorm van levensbeëindiging niet eens zo inhumaan als je in eerste instantie zou denken. Je zult tenslotte maar op zo’n leven moeten terug kijken.

[quote]‘Mam, mag ik je kussen?’[/quote]

Geweldige woordspeling!

Prlwytskovsky · 2 april 2012 op 14:46

Schitterend verhaal over leven en dood.
Vooral dat ‘zand erover’. :duimop:

arta · 2 april 2012 op 16:56

Een heel levensverhaal in ‘een paar’ woorden. Geweldig geschreven, verrassend plot!
Heel mooi!

DreamOn · 2 april 2012 op 18:36

Erg indrukwekkend, zowel de inhoud als de stijl. Mijn complimenten.

Bitchy · 2 april 2012 op 21:00

Een diepe buiging is hier op zijn plaats!

Dees · 4 april 2012 op 10:40

Vind het een mooi gegeven, met mooie basisingrediënten. Ik denk wel dat het zich nog beter zou lenen voor een langer verhaal, meer uitdieping van het onrecht en van de haat onder de oppervlakte die tot een climax komt. De rode draad ‘zand erover’ vind ik erg goed gevonden. De dode kat een expliciet detail, misschien net te naar mijn smaak, maar het werkt wel. De climax mooi.

Marja · 4 april 2012 op 15:44

Steengoede column. Ik hoop dat er geen letter autobiografisch is.

embee · 7 april 2012 op 15:21

Wow! WB, dat raakt. Mooi en verrassend verhaal.

Petje af. :wave:

groetje van Embee

Neuskleuter · 16 april 2012 op 20:14

[quote]Na het koningskoppel, bestaande uit een jongetje en een meisje, liet mijn moeder een spiraal inbrengen. Helaas voor hen zwom ik door dat wokkeltje heen en werd ik een paar maanden later ongewenst op Moeder Aarde gelanceerd.[/quote]
Prachtige beschrijving en een prachtig begin voor het drama wat daarop volgde. Mooi beschreven!

WritersBlocq · 21 april 2012 op 12:38

Dank je wel allemaal hierboven, voor je reactie op mijn VEC. Het was een spannende om te schrijven, en ik heb voor dit format gekozen omdat je toch een maandje de tijd hebt om hem te lezen. Ik heb tijdens het schrijven goede tips gekregen van een columniste hier, daar ben ik heel blij mee.

En zo zie je weer, zo leer je weer, zo haal je weer meer uit een paar letters dan je in eerste instantie denkt.

Wellicht wordt het nog uitgebreid tot een langer verhaal of zelfs een boek. Het bevalt mij namelijk wel, dit ‘kleien met de maatschappij’.

Groetje, Pauline.

Geef een antwoord