Een meisje zit daar op de trap. Een mooi meisje, mooie huid, donkerblonde haren over een felgekleurde blouse. Haar ene been losjes een trede hoger dan de andere. Van haar gezicht is alleen het profiel is zichtbaar. Ze staart schuin omhoog, richting een dakterras. Ze zit daar, bestudeerd ontspannen. Soms vergeet ze zichzelf en krijgt haar geforceerde stralende uiterlijk een melancholieke trek, somber bijna. Op momenten dat ze zich weer bewust wordt van haar zitten, grijpt ze zich vast aan een spijl en herpakt de stralendheid.

Mannen lopen voorbij. Eentje kan haar niet voorbij komen, zijn ogen wijken niet van haar verschijning. Hij eist met zijn ronddralende gedrag haar aandacht op. Hij lijkt geamuseerd en wil zijn amusement met haar delen. Hij blijft eindeloos treuzelen en zij blijft maar zitten met haar gezicht afgewend, een stralend meisje in een fel shirt, dat naar boven, naar een dakterras kijkt. Uit haar ooghoeken dwingt ze de man weg te gaan, zodat zij weer in haar eentje, in haar pose kan gaan zitten. De man gehoorzaamt eindelijk en de wit uitgeslagen knokkels rond de spijl ontspannen zich en laten weer wat bloed toe.

Het duurt even voor ze zichzelf weer vergeet, maar de spieren in haar gezicht beginnen uiteindelijk toch haar masker los te laten. In de verte staart ze, gezien door alle voorbijgangers, maar zelf in vergetelheid verkerend, afdwalend in gedachten.

Als haar lijf het overneemt, begint ze er tegen te vechten. Haar ene been trilt zacht, haar nek wordt zichtbaar pijnlijk. Maar ze zit daar en is niet van plan toe te geven aan een luttel vermoeid lijf. Haar voet schuift ongemakkelijk heen en weer. Haar hand om de spijl wordt losgelaten, ingevouwen, uitgestrekt en snel weer om de spijl geklemd, haar houvast in haar pose op haar zomerdag. In publiek, maar doelbewust alleen.

Een klein kind gooit met een bal, die bovenop haar hoofd terecht komt. Maar ze kijkt niet op of om, als het kind een bedremmeld sorry roept en zich haastig uit de voeten maakt. Weg van die mevrouw die daar weliswaar ontspannen op een trapje zit, maar toch wat anders is dan andere mevrouwen.

Op het terras klinken oordelen over het meisje. Dat er iets niet klopt en dat het toch wel gek is als iemand daar zo lang, zo stil, zo vastberaden zit te zitten. Een groepje roodgeverfde Libellevrouwen overlegt met elkaar wie van hen eens op het meisje af zal stappen, om zich ervan te vergewissen dat het goed met haar gaat. Maar geen van allen komen ze voorbij het overleg en zacht gegiechel. Na een tijdje is het balincident lang genoeg geleden, om het meisje te accepteren als een gewone verschijning in de omgeving en wordt er druk gedronken, gelachen en gepraat.

Het been van het meisje schiet onwillekeurig een stukje omhoog. In haar mondhoek verschijnt een belletje spuug. En nog een bel, gevolgd door een dun straaltje speeksel. Het meisje dat daar zit, op een mooie voorzomerse zomerdag, heeft een zilveren spoor dat uit haar mondhoek naar beneden loopt. Onverstoorbaar blijft ze zitten, tot de kerk naast haar het aantal uren slaat. Moeizaam schrikt en staat ze op, terwijl een heel publiek op het terras haar onbeschaamd zit aan te gapen. Een meisje met een zilveren spoor speeksel links, een bloederige korst onderaan haar rechterneusgat en haar rechteroog dat gezwollen nog vele kleurschakeringen voorspelt. Een jongen naast me hapt naar adem en loopt aarzelend op haar af. Uit een tasje vist ze een zakdoek om het speeksel weg te deppen en nog voor de jongen haar bereikt heeft, wuift ze hem er letterlijk mee weg. Hij blijft aan de grond genageld staan, terwijl ze met de goede kant van haar gezicht langs het terras en haar toeschouwers loopt. Ze huppelt bijna en ze kijkt niet op of om.


15 reacties

Trukie · 1 mei 2007 op 00:51

Wederom een Deseriaans doordenkertje.
Mooi onder woorden gebracht.

KawaSutra · 1 mei 2007 op 00:58

Het verhaal zoog me op en liet me niet meer los tot de laatste zin. Wat een prachtige beschrijving van een stilleven waar heftige emoties achter schuil gaan.

pepe · 1 mei 2007 op 09:12

Bijzonder knap hoe je de spanning erin weet te houden en het open einde roept verlangen op naar het vervolg van dit verhaal. En toch is het mooi als er geen vervolg op komt, het zal altijd een onbeantwoorde vraag blijven.

WritersBlocq · 1 mei 2007 op 12:21

Wat een beschouwing, prachtig neergezet. Mooi uitgedrukt, zoals die ‘knokkels die weer bloed toelaten’ en die ‘Libellevrouwen’.
Groetje, Pauline.

arta · 1 mei 2007 op 12:26

Nogmaals gelezen en nog mooier dan de eerste keer!
Mooi en pakkend geschreven!
Van de ene kant roept het vragen op, van de andere kant juist niet…
Mooi!
🙂

SIMBA · 1 mei 2007 op 14:45

Prachtig, meeslepend!

pally · 1 mei 2007 op 16:15

Een spannende column over mensen in een allerdaagse setting, die worden geintrigeerd door een eenling en daar ongemakkelijk en lacherig van worden, maar ook nadenkend.
Prachtig getekend, Dees! Zonder iets uit te leggen. :wave:

groet van Pally

Mup · 1 mei 2007 op 17:34

[quote]Weg van die mevrouw die daar weliswaar ontspannen op een trapje zit, maar toch wat anders is dan andere mevrouwen.[/quote]

Voor mij een mooi voorbeeld van hoe jij iemand een verhaal of een gebeurtenis weet in te trekken.

Groet Mup.

Li · 1 mei 2007 op 20:12

Wat een ontzettend mooi geschreven observatie Dees. Grote klasse. Ik ga het nog een keer lezen.

Li

WritersBlocq · 1 mei 2007 op 23:01

Het triggert, jouw verhaal. Ik heb het meermaals gelezen en word geïnspireerd door met name één simpele zin. Jouw zin helpt mij weer op weg met een schrijvelarij waar ik al een tijdje mee stoei, en nu voel en denk ik er verder mee te komen.
Nog een liefsje, Pau.

Kees Schilder · 2 mei 2007 op 12:01

Ongelofelijk knap geschreven.Petje af

Eddy Kielema · 2 mei 2007 op 13:38

Mooi, evenwichtig opgebouwd verhaal.

DriekOplopers · 3 mei 2007 op 22:38

Hartverscheurend.

Mooi, maar vooral hartverscheurend…

Driek

Prlwytskovsky · 6 mei 2007 op 00:39

Dees, ik heb er maar één woord voor: Ademloos!

Peer · 26 mei 2007 op 15:02

Een fijne manier van schrijven heb jij.
Die “bijna” huppel op het laatst verraste me.

Geef een antwoord