Botsing

En zo reed ik op een druilerige maandag morgen, naar alweer een nieuwe werkgever, toen ik, voor dat ik het wist lag te spartelen op het mooiste stukje van Utrecht: De Lauwerecht. In flinke vaart was ik op een fietster gereden die, ook in flinke vaart een uitrit uitkwam.

De ‘Pruttelaar’

Aan de vakantie van 1957 koester ik een fijne herinnering. Samen met mijn ouders en onze buurvrouw, mevrouw Vreezen vertrokken wij in onze nieuwe zwarte DKW 306 naar Italië. De auto had op vele punten alles mee, vooral de zijramen die helemaal open konden. En dat kwam goed uit, want we reden de hittegolf in die toen in Italië heerste.

Pa

Naast mijn wiegje stond je bureau, waar jij ’s avonds zat te blokken voor je examen. De lamp scheen in mijn gezichtje, daarom kon ik niet zo goed slapen. Je blokt voor later, dat ik niets te kort zou komen.
Ik ben ongeveer twee jaar als wij op het balkon van zo’n ouderwetse tram staan. Jij droeg je legerkleding en je noemde mij ‘Pop’.

Somberman

Welkom in de wereld van werklozen.
Ontelbare sollicitatiebrieven heb ik al geschreven, maar nog steeds zit ik thuis. Bijna een jaar werkloos te zijn.
En iedere keer als ik lees of hoor dat er mensen moeten afvloeien omdat het bedrijf verliezen maakt, dan denk ik: Daar gaat mijn kans op de arbeidsmarkt.

Barry

Een onooglijk hondje was Barry. Als je goed naar hem keek dan zag je dat een van zijn verre voorouders een poedel moet zijn geweest. Hij was ook niet getrimd als een poedel. Het was meer een smoezelig warrig dotje haar op pootjes. Hij had een aaibaarheidsfactor van nul komma nul.

Mondje dicht

“Niets tegen je vader zeggen”, zei mijn moeder altijd tegen mij als zij iets gedaan had, waarvan zij van tevoren al wist dat mijn vader daar kwaad om zou worden. En dan zat ik in het ‘complot’. Voor iemand die het hart op de tong heeft een moeilijke opgave, vooral omdat het een geheimhouding betreft tussen mensen waar van je houdt. Toch koos ik altijd voor mijn moeder, want ruzie vind ik nog erger.