Meneer Boon schept op
Het is tijd voor het avondeten. Misschien ligt het aan de tijd van het jaar maar ik heb geen trek. Ik ben moe, ik heb een lange dag gehad en het laatste waar ik me mee bezig wil houden is de gedachte aan eten. Op mijn bord ligt welgeteld één groene boon. Het liefst zou ik meneer Boon en zijn familie –die zich nog in de pan bevinden – terstond door het toilet spoelen zonder er ook maar een gedachte aan te verspillen, maar het ding blijft me maar aanstaren alsof het erom smeekt om door mij begrepen te worden. Wie heeft er ooit een boon willen begrijpen? Misschien verlies ik mijn verstand, maar iets in mij dwingt me om me te concentreren op wie meneer Boon precies is.
