Soepjas

Zondagochtend in onze kleine keuken. Een vette grijsgewolkte soeppan stoomt op het bemorste fornuis. Mijn vader troont daar achter als chef-kokalchemist, niet in het wit, maar in zijn speciale, stijf van de kerrie en selderijzout staande ruiten kamerjas. Hij knipt in bosjes selderij en peterselie. Zijn grote bruine hand met de zegelring duikt afwisselend in de zoutpot of strooit uit blikjes en doosjes of tussen duim en wijsvinger wrijvend van alles kwistig in de soep.

Koeleur lokaal

Op het enorme weiland waar we ver weg de horizon zien liggen compleet getekend met kerktoren, groen van bomen en bossages overhuifd door grote wolkenluchten, lopen groepjes mensen te klungelen met een bal en een soort schoffel. Ze tellen hoe vaak ze moeten slaan om de bal in een onzichtbaar putje te laten rollen. Het ziet er niet alleen landelijk, maar vooral landerig uit. De eigenaar van de boerderij is kampeerboer geworden. Hoeft die slimmerd ook niet meer vroeg te gaan melken. Hij loopt met een stok achter de golfers aan alsof hij een stel oude koeien naar een andere wei gaat brengen. Koeien die zelf allang de weg weten.

De ziel van Thionville

Net over de grens van Luxemburg ligt het oude Franse stadje Thionville, dat we in de loop van 20 jaar vaak gepasseerd zijn. Natuurlijk weer veel te laat van huis gegaan zoals altijd, willen we toch op de eerste vakantiedag Frankrijk halen en stoppen, boem, meteen na de magische kruisjeslijn op de versleten kaart. We rijden langs de ‘Moselle’ de stad binnen en komen vanzelf bij de oeroude gemeentecamping. Soms zijn we daar jaren niet geweest, maar hij blijft er precies hetzelfde uitzien, er niet uitzien eigenlijk. Helemaal goed.

Zusje

We zijn met drie zusjes als mijn vader hertrouwt nadat mijn moeder gestorven is.
Als middelste kijk ik jaloers toe als de jongste van drie gewassen en aangekleed wordt door onze nieuwe moeder, die alleen kan knuffelen met kleine kinderen, niet met ons, van zes en acht. We volgen aandachtig haar handen. Ik voel mij groot, monsterlijk groot. Ons jongste zusje hoort plotseling ook bij de groten omdat er al snel een meisje geboren wordt uit mijn vaders tweede huwelijk. Het moet een schok voor haar zijn geweest. We vormen daarna een soort clan met zijn drieën, de club zonder moederknuffels.

Voile strik

Ik loop langs je naar de toiletten in mijn nieuwe witte zomerjurk met een voile strik achter in mijn haar en jij denkt: wauw! Toch nog maar even niet vertrekken, wat je eigenlijk van plan bent, zoals je me later vertelt. Een augustusavond in een donkerbruine danstent halverwege de 60-er jaren. Als de zweterige wat puistige jongen waar ik al een paar keer mee heb gedanst, even naar de bar gaat, zie jij je kans schoon. Schiet op me af en vraagt me ten dans.