Soepjas
Zondagochtend in onze kleine keuken. Een vette grijsgewolkte soeppan stoomt op het bemorste fornuis. Mijn vader troont daar achter als chef-kokalchemist, niet in het wit, maar in zijn speciale, stijf van de kerrie en selderijzout staande ruiten kamerjas. Hij knipt in bosjes selderij en peterselie. Zijn grote bruine hand met de zegelring duikt afwisselend in de zoutpot of strooit uit blikjes en doosjes of tussen duim en wijsvinger wrijvend van alles kwistig in de soep.
