Onschuldig onzijdig
“Nou”, merkt de kinderarts op, “jij bent gespierd. Je lijkt wel een jongetje.” De man had me geen groter compliment kunnen geven. Verlegen haal ik een hand door mijn kortgeknipte haar om daarna snel mijn spijkerbroek en sweater weer aan te trekken. Onderweg naar mijn klas lach ik van oor tot oor.
