Onschuldig onzijdig

“Nou”, merkt de kinderarts op, “jij bent gespierd. Je lijkt wel een jongetje.” De man had me geen groter compliment kunnen geven. Verlegen haal ik een hand door mijn kortgeknipte haar om daarna snel mijn spijkerbroek en sweater weer aan te trekken. Onderweg naar mijn klas lach ik van oor tot oor.

Vogel, sterren en een vrouw

We zitten op de grond van mijn kamer, luisteren naar Dead Mortal Coil terwijl het jointje de kring rond gaat. We doen zoals we denken dat we zijn. Tweedejaars Kunst en Cultuur, alternatief en vooral diep. Gretig adem ik de muziek, woorden en geuren in terwijl de wereld buiten mijn kamer langzaam vervaagt.

Geen gehoor

Een heerlijke geur, een mengsel van koeien, melk en kuilvoer, komt me tegemoet als ik de achterdeur open doe. Rechtsaf ga je naar de stal, linksaf naar de keuken. Daar woont hij samen met zijn moeder, mijn oma. Meestal ligt ome Jan op de bank. Broek met bretels, ongeschoren en zonder gebit. Een markante kop. Hij is mooi geweest, dat zie je. Terwijl ik met oma kaart, houd ik een oogje op hem. Naast zijn bank ligt een indrukwekkende stapel boeken.

De zeepkist op

“Je schrijft misschien wel fraai, maar het mag wel wat scherper”, schreef iemand me laatst. Een reactie met twee gezichten, en ik las het dan ook dubbel. Hij heeft gelijk, ik neig naar mooischrijverij, naar verhalen. Toch zitten daar zeker ook boodschappen in verpakt, mijn eigen gevoel en soms ook mijn mening. Ondanks die verdediging heeft zijn opmerking me geraakt, blijft in mijn achterhoofd zeuren, omdat het me ook irriteert, eerlijk is eerlijk.

Contrast in rood

Aan zijn beige besmeurde broek hangt iets roods te bungelen. Juist voor zijn kruis, niet echt gepast om naar te staren. Terwijl hij in gebrekkig Duits zijn zelf gebouwde modelschip aan ons laat zien, waag ik een korte blik op het slingerende dingetje. Geen idee wat het is. Zijn broek is smerig. De bruine, verweerde huid van zijn gezicht ook. Een gezicht met grote natte lippen waaruit een zware alcoholwalm ontsnapt. De kleur van zijn ogen gaat verloren achter een bril met dikke glazen. Mijn eerste indruk is dat ik hem mag, onze Hausmeister, zoals hij zichzelf noemt.