Zand erover
De frêle hand van mijn moeder ligt in de mijne. Alsof een mol gangen in haar gestel graaft, verdwijnen de blauw geaderde lijnen onder haar nachthemd om in haar hals en gezicht weer op te duikelen. Hier en daar ontspruit een dikke hoop, gevormd door een moedervlek of gesprongen ader.
Ze kreunt wat, en fluistert: ‘Vergeef me. Zand erover, dan kan ik verder.’
