Brief aan Johan Cruijff

Geachte heer Cruijff,

U weet de gemoed­eren altijd aardig bezig te houden. Het kan geen week stil zijn rond Ajax, of u doet of schri­jft weer iets waar­door de vlam in de pan slaat. Als Rot­ter­dammer en Feyeno­order kan ik niet anders dan dat met veel plezier aan­schouwen. Nu u op het punt staat die club in 020 defin­i­tief uit elkaar te trekken, leek een briefje me wel op zijn plaats.

Je kunt echt niet voetballen hè, Heintje?

Die commercial van Calvé pindakaas met het zeer slechte voetballertje Pieter van den Hoogenband doet me denken aan Heintje. Heintje was een jongetje in het E-voetbalteam waar een jeugdvriend en ik een aantal weken lang de ‘leiding’ over hadden. Ik weet niet meer of ’t nu E-6, E-7, E-8 of nog lager was, maar ik weet nog wel dat van leiding weinig sprake was. Jongetjes op die leeftijd moeten vooral plezier hebben in het voetbal. Heintje kwam elke week trouw met één van zijn ouders of beiden opdraven. Van voetballen was bij Heintje echter nauwelijks sprake.

Ik wist je wel

Toen de vogels nog vlogen in de heldere blauwe lucht en de ramen in het huis nog helder waren, keek ik naar de situatie waarin we ons bevonden. Perfectionistisch dat je was, maakte je het huis altijd klinisch schoon. Misschien voor gasten, voor de huisdieren die we niet hadden of gewoon voor ons. Ons tweeën. Ons de wereld, die wij bezaten in onze gedachten en gevoelens. Wat is er meer dan een relatie tussen man en vrouw, tussen de combinatie van liefde en lustgevoelens, tussen trouw en hoop? Niets meer dan dat liet ons de wereld bezitten.

Ziekenhuissluipers

Stevige witte schoenen dragen is verplicht als je leerling-verpleegster bent. Ook moeten er zachte zolen onder die degelijke schoenen zitten, zodat je niet de hele dag en zeker niet in de nacht, vrolijk rondklikklakt door gangen, zalen en spoelkeukens. Die zachte zolen vind ik wel logisch. Als patiënt wil je je niet in een tapdansgelegenheid wanen. Erg charmant staan die witte dingen niet, zeker niet bij mijn te dunne benen.

Bindingsangst

Of ik een kortingskaart heb, vraagt het kassameisje in haar standaard riedeltje. Heeft Kruidvat nu ook al zo’n kaart dan? Nee, die heb ik niet. Bedenkelijk kijk ik naar de aankopen op de band. Voor mijn doen een aardig pakketje met tandenborstels, shampoo en tandpasta voor het hele gezin. Hoeveel euro’s loop ik nu weer mis?