Neem me niet kwalijk
Godverdomme, het lijkt erop dat ik al weer achttien jaar ouder ben!
In augustus 1990 zag mijn zoon het eerste levenslicht in Reet, een donkere deelgemeente van Antwerpen.
Godverdomme, het lijkt erop dat ik al weer achttien jaar ouder ben!
In augustus 1990 zag mijn zoon het eerste levenslicht in Reet, een donkere deelgemeente van Antwerpen.
Een kindermeisje, Trijntje, komt overdag mijn moeder bijstaan met onze verzorging. Een dorpse meid met een breed gezicht en rode wangen, maar bovendien voorzien van een stevig Utrechts accent. Wij vinden het erg grappig, dat platte praten van haar. Mijn vader ook.
Hij vraagt iedere avond als we klaar zijn met eten: ‘Heb je genoeg gegeten, Trijntje, of wil je nog wat?’
En dan antwoordt ze steevast: ‘Nee, meneer, ik ben zaat’.
Een heerlijke zin om te imiteren, als ze naar huis is. We maken er een springtouwliedje van. ‘Ik ben zaat, zaat, zaahat’.
Daar zat ik dan. Een zaterdagavond, waarop iedereen sociale activiteiten aan het beoefenen was, zat ik voldaan, zelf, niet zielig, op de bank. Onder het genot van een sigaret en een filmklassieker “Resevoir dogs” had ik niks te klagen na een paar zware avonden. Omdat het op een gegeven moment blauw stond van de rook en ik wel wat frisse lucht kon gebruiken, besloot ik om in de deuropening een sigaret te roken.
Geachte heer Gül,
U heeft aardig wat losgemaakt in Nederland. Door met de Koningin in Limburg te gaan lunchen heeft u politiek Limburg en zelfs Nederland op zijn grondvesten doen trillen. Ik weet niet zo goed of u kunt overzien welk een slachtveld u hier heeft achter gelaten, dus ik zal het even uitleggen.
Ik ben op zoek naar de bestuurder van een zwarte Skoda Octavia (lease auto) met het kenteken 50-jzk-7.
Deze meneer heeft mij vanmorgen eerst afgesneden door van links vlak voor mijn auto in te voegen. Ik moest hierdoor een noodstop maken.