Waarom ben ik teruggegaan naar dat eiland? Ik weet het gewoon niet, misschien weer die zweefdrang. Soms doe je dingen en je weet gewoon niet waarom. Één ding weet ik zeker – ik was allesbehalve gelukkig met het leven. Weer was het een geval van eigen schuld natuurlijk, dus weer zelf er wat aan doen. Eind 1989, verkocht ik mijn huis en kocht een splinternieuw appartement in zuid Londen, niet ver van waar mijn zus toen woonde. Door stom toeval reed ik terug naar Engeland, stak de grens met België over weer op januari 31, 1999, om middernacht – precies 11 jaar, bijna tot op de seconde, dat ik in de tegenovergestelde richting had gereden.

Ik werkte toen op freelance basis voor Agfa in Antwerpen en van hen mocht ik elke week daarheen vliegen en drie dagen verblijven om mijn werk te doen op hun kantoor. Dit alles op kosten van de zaak. De rest van de week kon ik thuis werken. Thank Heaven for the Internet.

Dus weer een nieuw begin, maar dit keer had ik absoluut geen gevoel van een “schone lei” en ogen alleen op de toekomst. Ergens, diep van binnen, voelde ik mij niet lekker. Na jaren van aankomen begon ik zonder duidelijke redenen af te vallen. Zoals de meeste mannen negeerde ik dit gevoel en de uiterlijke verschijnselen. Ik was druk bezig met werken. Elke week naar Europa vliegen, 60 uur per week werken en al dat gedoe met belastingen, verzekeringen en BTW – geen wonder dat ik niet 100% fit was. Ik kon er makkelijk mee omgaan met behulp van drank, slaappillen en Prozac.

Ik begon een Internet-relatie met een vrouw in Manila en na enkele maanden vloog ik daarheen om haar beter te leren kennen.

[Beste Lezer: Dit belangrijke stuk van het verhaal kan je uitgebreid lezen in het op Column-X gepubliceerde stuk: Zonsverduistering. Om het hier kort te vertellen, kwam ik naar huis met het nieuws dat ik seropositief was.]

Nu liep het vissersbootje haar grootste gevaar. Midden op een wilde oceaan, heen en weer geslingerd door furieuze winden, vocht ze tegen het onweer. Het zou zo makkelijk zijn om nu op te geven, om op een waterige begraafplaats te gaan liggen en eindeloze rust vinden…

Thuis zat ik een paar dagen helemaal alleen. Ik voelde dat ik een doodsvonnis had gekregen. Ik had absoluut geen zin om door te gaan en zag voor mezelf geen toekomst. Dagenlang speelde ik in mijn hoofd met allerlei manieren van zelfmoord: ophangen, pillen met drank, van de vierde verdieping afspringen. Het was niet dat ik bang was voor de dood. Ik heb geen geloof en het hiernamaals voor mij betekent niets, totaal niets.

De allerlaatste stem dat ik wilde horen was die van Trisha. Ik zocht in de online telefoongids en vond haar meteen – niet erg moeilijk, want haar achternaam was en nog altijd is Buenger – haar vader was Duits. Dagenlang probeerde ik de moed te vinden om haar te bellen. Ik was niet bang voor Dennis, maar bang dat hij boos op haar zou worden als hij erachter zou komen. Maar uiteindelijk kwam ik tot het besluit dat ik het gewoon moest doen. Nog één laatste keer contact maken met de belangrijkste persoon van mijn hele leven, vlak voordat ik dood zou gaan.

Met trillende handen, pakte ik de hoorn en drukte de knopjes in.

Tot mijn grote verbazing kreeg ik haar meteen te pakken. Haar stem was onveranderd en de simpele woorden: “Hello, Trisha here” vulde mijn hart met liefde. Zoveel liefde dat ik bang was dat het zou barsten. Ik zei zoiets van: “Hi, it’s Allan – Allan Morris.” Stilte. En ik wist meteen dat zij ook zo een gevoel kreeg. Het gesprek was kort en eerlijk gezegd kan ik me daar weinig van herinneren, maar toen ik de hoorn neerlegde voelde ik dat het o zo zwaar gewicht dat op mijn schouders had gezeten opeens was verdwenen. Voor redenen die ik later uit zal leggen, verloor ik bijna weer meteen contact met Trisha, maar op dat moment wist ik dat ik door kon gaan.

Achteraf gezien herkende ik in mezelf een soort vonkje. Een heel klein licht. Een sprekend licht dat altijd wit gloeide en zei: “Jij houdt teveel van het leven. Jij bent gewoon te nieuwsgierig om dood te gaan! Je wilt alles weten en alles leren. Je wilt weten wat er morgen gaat gebeuren, wat er over een uur gaat gebeuren, of je voetbal team de volgende wedstrijd gaat winnen. Jij wilt die Trisha nog één keer zien.

Jij zal pas doodgaan als mijn licht verdoofd is.”


7 reacties

lagarto · 17 augustus 2007 op 08:08

Tranen in mijn ogen Allen !
Lagarto

arta · 17 augustus 2007 op 08:14

Kippenvel!
(Al vond ik de verwijzing naar jouw vorige column wel wat storend in het midden)
🙂

Troy · 17 augustus 2007 op 08:28

Ik ben toch blij dat ik ‘Zonsverduistering’ nu ook heb gelezen. Heb daar ook een reactie op geplaatst.

Wat kan ik zeggen..je columns zijn zo echt en zo meeslepend dat ik ze in één adem uitlees. Als je een boek zou schrijven zou ik het niet gauw naast me neerleggen.

lisa-marie · 17 augustus 2007 op 09:43

ik ben er stil van. Het is zo puur geschreven en ben blij dat het vissersbootje is blijven varen.

pally · 17 augustus 2007 op 10:30

Je neemt me mee in jouw heftige levensoceaan, Allan. Wat een hoge golven! Maar je blijkt een sterke zwemmer, die steeds weer de weg naar de oppervlakte vindt….

groet van Pally :wave:

DreamOn · 17 augustus 2007 op 12:45

Heel boeiend om te lezen; ik heb meteen deel 1 en 2 en ‘zonsverduistering’ gelezen en daar ook op gereageerd.
Poe, heftig allemaal hoor!
Ik ben benieuwd naar deel 4.

Groetjes van DO.

datmensinkenia · 17 augustus 2007 op 20:02

Iedereen enorm bedankt voor alle reacties op de stukken. Ik vind het inspirerend en zal zeker nog meer uitdagingen aangaan wat het schrijven betreft. Wie weet, Troy, misschien een boek!

Vooral aan pepe en ma3 is mijn dank zeer groot. :wave: ma3 heeft mij ervan overtuigd dat ik in het nederlands kon schrijven en pepe heeft mij jarenlang aangemoedigd (en niet alleen met schrijven).

Thank you, Gracias, Danke, Kiitos, Tack, Grazie Mille.

Geef een antwoord

Avatar plaatshouder