We, Mat en ik zitten in het vliegtuig.
Toen ik hem opbelde en hem vertelde wat ik van plan was, wilde hij het me eerst uit mijn hoofd praten, maar hij begreep al gauw dat ik het meende en ik heb hem overtuigd door te zeggen, dat Janina niet voor niets vermoord is en dat ik graag wil weten waar ze mee bezig was en in hoeverre mijn broer en Joey hierin betrokken waren. Na een tijdje aarzelen heeft hij toch besloten met me mee te gaan en zijn vakantie hieraan te spenderen.
Voor geen goud laat ik je alleen gaan, zei hij en we hebben de reis geboekt voor 9.00 uur.
Op schiphol zijn we vertrokken met een confortabel vliegtuig van Portugalia, naar Faro, waar Janina vandaan kwam, ik heb vaak bij haar gezeten als ze kaarten schreef, omdat ik haar altijd moest helpen met nederlandse documenten en dat soort dingen.
Dus nu zijn we op weg naar Faro airport…
De vlucht duurt ongeveer 2 a 3 uur en tot die tijd houden we het hier wel vol in dit toestel, de stewardessen zijn aardig met hun eeuwige glimlach op hun gezicht en de stewards zijn mannen die zijn weggelopen van een filmset, vind ik, even knap en even charmant.
Ik heb even een paar nieuwe t-shirts gekocht en mijn jurkje was gelukkig voor de tijd af, een haltermodel met een getailleert lijfje en een toelopende rok met blote rug, aardig gelukt, al zeg ik het zelf.
Mat vond hem, vreselijk uitdagend, zei hij, hahaha, arme Mat, hij weet er alles van…
Ik heb mijn vader gebeld en verteld dat ik naar Portugal ga en gevraagt of hij Meneer wil ophalen voor een paar dagen…en mijn auto wil meenemen.
Hij heeft me het ook uit mijn hoofd willen praten maar ik heb hem gezegt dat mijn besluit vast staat, met een diepe zucht heeft hij me gezegt dat hij Meneer neemt en wenste me sucses en gebood me voorzichtig te zijn.

Het is in Portugal lekker warm, beetje vergelijkbaar met Afrika, zei de baliemedewerkster toen ik de reis boekte, maar ik ben nog nooit geweest in Afrika, dus ik dacht, ik neem maar wat luchtige kledij mee, voordat ik het daar afleg, in Portugal.
De stewardes komt vragen of we nog een drankje willen en daarna moeten we al bijna vastgordelen omdat we er al zijn, lekker snel gegaan.
Als we landen, krijg ik een raar gevoel in mijn buik, alsof we in een achtbaan een duik maken en ik houdt mijn adem in.
Ik heb van mijn levensdagen nog nooit in een vliegtuig gezeten, dus voor mij was dit wel even een ervaring en Mat lacht me uit, hij is al in veel meer landen geweest en dit is voor hem de zoveelste keer dat hij vliegt.
Lach maar lekker, zeg ik en steek mijn tong uit naar hem.
Op het vliegveld van Faro, kijken we of we een auto kunnen huren.
Mat loopt al naar een mazda 626 en ik kijk op het informatievel dat ik heb gekregen bij het vliegveld binnen en zie dat hij maar liefst 150 euro per week kost.
Nee Mat, zeg ik, we kunnen ook een andere auto krijgen voor minder geld en ik loop naar een Opel Corsa toe, 3 deurs, voor 90 euro.
Ok, zegt hij, wat jij wil, als ie maar rijdt.
Dan loop ik naar de man die de auto’s verhuurt en zeg, goodday sir, I want to rent this car en wijs op de opel.
Ola, zecht hij en ik denk dat hij bedoelt dat ik een ijsje wil en zeg, no, a car, this opel…
Mat ligt in een deuk om mij en zegt, joh, muts, hij zegt, hallo.
O, zeg ik en laat hem het verder maar afhandelen, met een gezicht zo rood als een biet, sta ik naar Mat te kijken hoe hij met gebarentaal en engels een auto probeert te huren.
Dan zegt de man, passaporte, en dat versta ik wel, hij wil Mat’s paspoort voor legitimatie.
Dan krijgt Mat de sleutels van de man en hij zegt, boas tardes(goedenmiddag), en we lopen naar de, wat eens een lichtblauwe auto was.
Wat zei ie, vraag ik Mat en hij verteld mij, met nog steeds pretogen, dat de man ons, goedenmiddag, wensde.
Hmmm, mompel ik en hoop dat de rest van mijn verblijf hier beter wordt, ik laat het geregel wel aan Mat over en ben blij dat hij met me mee is.
Dan rijden we nog geen 30 km en komen we bij ons hotel aan.
Hotel Vila Gale Tavira, staat er met grote letters op en ik zeg het maar niet, bang dat ik het weer verkeerd uitspreek.
Met 1 uur verschil in nederland is het hier 14.00 uur en ik heb erge honger, dus als we ingechekt zijn, kijk ik in het sfeervolle restaurant, die je meteen kan zien vanaf de ingang.
Echt oosters ingericht, zware meubels van donker hout met drukke battic stoffen in vele kleuren.
Op de tafels staan windlichten met elk een andere kleur, rood, blauw, geel, groen en paars, op een andere tafel.
Ook op de stoelen ligt een druk kussen met strepen in dezelfde kleuren en boven de tafels hangt een kleurige glazen lamp met in verschillende kleuren stukjes keramiek erop geplakt.
Druk maar wel sfeervol.
Ik hoop stiekum dat mijn kamer hier niet zo druk is en besluit tegen Mat te zeggen, dat we eerst onze spullen naar boven brengen.
Joh, kijk daar, zegt hij en ik zie een man in een apepakkie onze spullen op een soort trolley de lift in duwen.
Ow, zeg ik, die brengt ze weg?
Ja, zegt Mat, dat is de piccolo.
Hmmmm, ik moet toch maar eens vaker in het buitenland komen, denk ik en loop de man achterna naar de lift.
Hee, roept Mat, waar ga jij heen?
Ik loop met hem mee, dan kan ik naar mijn kamer kijken, zeg ik en kijk verbaast.
Nee, schat, zegt Mat, wij moeten een andere lift hebben, die is voor personeel en ik lees op de liftdeur, “personalia”.
Vanaf dat moment besluit ik dat Mat alles regeld en dat ik achter hem blijf om te zien waar ik heen moet.
Dan zegt Mat, dus je wil je kamer zien, ok, kom mee en hij loopt naar een andere lift, veel mooier, met een soort damast bekleed in zachtgeel en afgewerkt met koperen hekken en knoppen, de vloer is van een soort hout, maar het glimt fantastisch, ik kan mezelf erin spiegelen.
Ik bedenk opeens, leuk voor de mannen als de vrouwen korte rokjes dragen en glimlach.
Op de 5e verdieping stopt de lift en we komen in een hal, hetzelfde bekleed en de vloer is ook hetzelfde maar dan met mozaiekvlakken om de 50 cm, ongeveer.
De deuren die naar de kamers gaan zijn van hout, met een koperen nummer erop.
In de hal hangen op elk midden van een vlak, kristallen kroonluchters met kristallen kralen, afgewerkt met koper.
Het licht spiegeld in de vloer, zodat er een zee van licht ontstaat, dat alles in de gangen goed verlicht.
Aan de muren hangen draperingen van geelgouden stof en bij elke deur is het opgenomen in een waaier.
Dan blijft Mat staan voor kamernummer 107 en ik zie dat hij wijst, dit is jou kamer, zegt hij, de mijne ligt er vlak naast, kamer 108.
Ga je alleen naar binnen of moet ik met je mee?
Nee, zeg ik, ik ga wel alleen.
Dan doe ik de deur open met de sleutel die Mat me in de lift in mijn handen gaf en slaak een gilletje bij het zien van mijn kamer.
Meteen komt Mat terug gelopen en roept verschrikt, wattisser???
Niks, het is zo mooi, hier joh, alles, zeg ik.
Hmmm, Jemig, zegt Mat, je laat me dood schrikken en dat mag ook wel voor een 5 sterren hotel.
Ik loop naar binnen en Mat loopt weer naar zijn kamer toe en ik bekijk alles eens goed.
In de kamer staat een groot gougkleurig bed met rose bloemen geborduurt op het hoofdeind en voeteneind op een wit damasten stof.
Boven het bed hangt een hemel aan de muur die uitloopt tot langs de kanten van de nachtkastjes, in een plooienzee, met kwastjes eraan, van een gouden doorzichtige stof.
De nachtkastjes naast het bed zijn ook goudkleurig en op de bovenkant ligt een wit kanten kleedje met daarop een lampje met rose kap en gouden voet.
Op het bed ligt een dekbed dat heel donzig is met een wit damasten overtrek met op het voeteneind 3 rose pluche kussens.
Het overtrek hangt over het bed heen tot op de grond, zodat je niet onder het bed kijkt, goed voor mijn koffer denk ik, die ik zie staan voor een enorme gouden kleerkast met een grote spiegel tussen 2 deuren in het midden.
Op de spiegel zijn weer dezelfde afbeeldingen als op het bed geschildert in een bovenhoek en ik kijk verder in de kamer.
Op de vloer ligt een rose hoogpolig tapijt en voor de ramen die tot op de grond zijn, hangen witte tulen vitrages, die zijn opgehaald in een waaiervorm.
Daaroverheen hangen, zware rose gordijnen met daarover een gouden drapering die in een waaier over de bovenkant valt.
Op de kamer staan ook 2 fauteuils en een tafeltje.
De stoelen zijn barok, goud geschildert met een witte lederlook bekleding.
Het tafeltje is wit geschildert en heeft een glasplaat, daarop staan verse witte bloemen met 3 rose rozen ertussen.
Naast de kast ontdek ik een deur, die uitkomt in de badkamer.
De badkamer is ook al zo mooi, maar minder kitch dan de kamer, hoewel ook mooi.
Er ligt op de vloer een terra-tegelvloer met in het midden een mozaiek van kleinere delen tegelstukjes.
Rechts van mij is een toilet aan de muur met een schelpendeksel en bril en daarboven schapjes om je spulletjes op te zetten en daarachter hangt de wastafel, met daarboven een grote ovalen spiegel met een felle spot erboven.
Links van mij staat een witte ruime kast met handdoeken en shampoo’s en nog meerdere vakken en deurtjes.
Achterin de badkamer is een bad met een opstapje en daarvoor hangt een doorzichtig douchegordijn van dezelfde kleur als de vloer, mooi afgestemd.
De assesoires zijn van metaal en dat komt weer terug in de strips die langs het opstapje van het bad en de muur lopen van het muurtje waaraan de toilet is bevestigt.
In de kamer hangt aan het plafond een kroonluchter die hetzelfde is als in de hallen, maar hier hangt een hallogeen spotje om de badkamer te verlichten.
Ik loop terug naar de kamer en open de grote kledingkast en pak mijn koffer om mijn kleren erin te hangen.
Dan wordt er zachtjes op de deur geklopt en staat een jongeman me aan te kijken.
O, excuse me, I thought, this was the room of my grandmother….
No, it is not, zeg ik en kijk de teleurgestelde jongen aan, sorry, zeg ik nog, maar hij loopt alweer weg.
Dan zie ik Mat aankomen en vraag, is jou kamer ook zo mooi?
Wie was dat, zegt Mat en ik zeg, oh, iemand die zijn oma kwijt was, is jou kamer ook zo mooi?
Huh, nee, zegt Mat, terwijl hij de jongen nakijkt.
Kijk dan, zeg ik en trek hem mee naar binnen.
Ow, paleisje, zegt hij en loopt naar het raam toe.
Hij kijkt door het raam naar beneden en zegt, heb je al gezien dat je recht in het zwembad kijkt?
Nee, zeg ik en ga bij hem voor het raam staan, je kunt er zo induiken als het niet zo hoog was, zegt hij.
Hu!, niks voor mij hoor, zeg ik en vraag hem of we wat gaan eten.
Ja ok, zegt hij en we lopen samen de gang in, als we onze kamers hebben afgesloten.
Uitpakken doen we straks wel, zeg ik, terwijl we naar de lift toelopen.
Ja, laten we eerst maar eens de boel gaan verkennen hier, zegt hij en geeft me een knipoog.
Als we beneden komen, zegt de mevrouw achter de balie, going for some fun, en ze geeft mat een
boekje met daarin allerlei dingen die hier te doen zijn de aankomende tijd.
Have fun, enjoy your stay, zegt ze en Mat zegt, thank you, en we lopen naar het restaurant.
Als we een tafeltje hebben gevonden bij het raam, waardoor je op de atlantische oceaan kijkt, kijken we op de menukaart.
De ober komt en vraagt, do you want to taste our, vinho da casa?
Yes please, zegt Mat en ik kijk hem aan met vragende ogen, wasdat?
Huiswijn, zegt Mat en de ober loopt weg, om ons later een grote fles donkere wijn aan te bieden die hij inschenkt en wacht tot Mat hem heeft geproeft.
Si, zegt hij en Mat knikt.
Proef ook maar, zegt hij tegen mij en ik nip heel voorzichtig aan het glas.
De ober staat op mij te wachten met een afwachtende blik en ik proef.
Hmmmm, zeg ik en de ober krijgt een glimlach van oor tot oor, si obricado, thanks, zegt hij en zet de fles weer in de koeler.
Dan krijgen we allebei een menukaart van de ober en hij praat met Mat over wat er die dag op het menu staat.
Prato de dia, zie ik bovenaan de menukaart staan en zeg tegen Mat, wat betekent dit?
Dat is het dagmenu, zegt Mat en verteld mij dat er bonen, vlees van rund en kip en gebakken rijst in zit met een pittige potugese wijnsaus.
Hmmm, dat lijkt me wel wat en ik zeg tegen Mat, bestel dat maar, als je het er mee eens bent.
Ik voel dat ik nu, na het horen van eten wel erge trek heb gekregen en het maakt me niet zoveel uit wat ik krijg, als het maar snel is…
Mat bestelt het en de ober loopt weg, na ons nog even bijgeschonken te hebben.
Dan verteld mat mij dat het hier een echt wijnland is en dat er vele druiven worden geexporteert naar en van dit land naar overal over de hele wereld om overal lekkere portowijn te kunnen proeven.
Het enige dat ik ken, is port, ook portugees dus, dat dronk mijn oom altijd, als mijn tante het weer eens te bont had gemaakt.
Opeens moet ik er weer even aan denken, hij had niks te vertellen, de arme man, dus daarom werd hij soms heel dronken, om haar dan eens haar vet te geven.
Arme man, veel te vroeg gestorven…
Dat doet me ook weer denken aan waarom ik hier ben en ineens heb ik niet meer zo´n honger…
Als we een tijdje over Portugal en zijn in en export hebben gepraat, komt het eten.
Het is mooi opgemaakt in een grote schaal en wordt op een warmhoudplaatje op onze tafel gezet, in het midden staat een ananas, met daaromheen het vlees, de kip en de soort steaks en daaronder ligt de rijst en daarin vele extra groenten en bonen.
De saus krijgen we apart in een kom met een lepel en er komt nog een schaal met rauwe groenten en salade bij op tafel, hmmmmm, lekker ruikt dat en Mat zegt, zo, salade voor ons konijntje en schuift de schaal mijn kant uit.
Ik lach hem toe en begin op te scheppen, al voor de ober gezegt heeft, coma tastily…
Nou, zegt Mat, honger???
Als ik al dat eten proef, komen mijn smaakpapillen echt tot leven en ik zit heerlijk te genieten van al het lekkers.
Onder het eten kletsen we niet zoveel, alleen over hoe heerlijk het smaakt en dat, als we terug zijn in Holland, we ook eens naar een portugees restaurant gaan.
Inmiddels is het 17.30 en we zitten lekker na te tafelen met een glas wijn en een kaars op tafel, de ober komt en vraagt of hij mag afruimen.
Mat knikt en de ober ruimt de borden en schalen van de tafel.
Ik kijk naar hoe hij dit doet en zie dat hij een aparte tattoo op mijn hand heeft, een soort amulet-achtig teken.
Hij ziet me kijken en verschrikt schuift hij de mouw van zijn overhemd er een beetje meer overheen.
Ik kijk hem aan en zie dat hij een vreemde uitdrukking krijgt op zijn gezicht en hij kijkt snel weg van mij naar Mat.
Hij vraagt Mat, do you need anything else?, en als Mat nee schud, snelt hij weg.
Wat een vreemde snuiter, zeg ik en vertel Mat hoe hij reageerde op mijn gekijk naar zijn tattoo.
Hmmm, is me niet eens opgevallen, zegt hij en vraagt of ik zin heb om te gaan wandelen langs het stand.
Ik zeg dat ik dat wel wil en we lopen samen het hotel uit, naar het strand.
Langs het strant staat een houten huisje met daarop geschildert, Praia Da Ilha De Faro,
in kleurige letters en daarop schijnt een lamp aardig fel, zodat ik zie dat het huisje niet in gebruik is, de ramen zijn dichtgespijkert en het is stevig begroeit door een soort klimop.
Ik zie geen deur en denk dat die aan de andere kant is.
Het moet nodig geschildert worden en het lijkt in elkaar te vallen bij de eerst volgende stevige storm.
Als we er omheen lopen zie ik dat de deur inderdaad aan de andere kant zit en ik kan het niet laten om eraan te voelen.
Als ik de deurknop aanraak, voel ik dat er beweging in zit, maar de deur gaat niet open, wel kraakt het pand ontzettend, zodat ik snel de kruk loslaat en bang ben dat de boel zal instorten.
Mat vraagt, joh, Wat doe je, straks valt het in elkaar en hij moet lachen om z’n eigen woorden.
We lopen verder langs het strand en ik voel een zomerbriesje over het strand, mijn haar die ik los heb, waaien met de wind mee en ik voel me opeens heel lekker.
Ik trek mijn sandalen uit en ga door het water lopen, lekker warm is het water en ik denk, als ik morgen tijd heb, ga ik hier zwemmen.
Mat volgt mijn voorbeeld en trekt ook zijn sandalen uit, samen lopen we langs het strand en ik zeg, morgen hebben we een hoop te doen, maar als ik het even redt, ga ik hier nog wel zwemmen.
Ja, hmmm, lekker ik ook, zegt hij en laat zijn voeten door het water glijden door ze van links naar rechts te bewegen.
Het is niet druk op het strand, hier en daar liggen nog wat badgasten te genieten van de avondzon en ik kijk op mijn horloge.
Het is 1 uur later dan in nederland dus het is nu op mijn horloge 20.00, dan is het hier nu 21.00, zeg ik tegen Mat en hij wijst mij op de zon die lijnen van kleuren in de lucht maakt.
Die gaat zo onder zegt hij, mooi he? en we lopen verder.
Ik kijk naar de lucht en ik zie hoe de zon, rose en oranje en gele strepen maakt en vogels vliegen door de zon en het water is van goud, ja, zeg ik tegen Mat, prachtig is dit.
Het water is ook zo kalm en kabbelt zachtjes aan het strand.
Echt heel poetisch, zegt Mat en verzind zomaar een gedichtje…

Portugal,
jij met je mooie stranden.
Ik zou hier eeuwig kunnen zijn.
Je zon op mijn huid laten branden,
als liefde zonder pijn.
Kijk en hou me vast,
laat me nooit meer gaan.
In een bootje op je zeeen,
kom ik naar je toe op je gouden baan.

Jij bent me ook een romanticus, zeg ik tegen hem en hij zegt, ik zou hier eeuwig kunnen blijven, kijk toch eens hoe mooi.
En bijna denk ik dat Mat te gevoelig is om allerlei dingen te weten te komen over de onderwereld.
Want daarom zijn we hier tenslotte naartoe gekomen.
We lopen even zwijgend verder en horen dan opeens muziek uit een strandtentje komen, het blijkt een soort kroegje te zijn, waar vakantiegangers van jongere leeftijd zich kunnen vermaken.
Ik kijk achterom en zie dat het hotel nog net met zijn torentjes boven de berg uitsteekt.
Joh, we zijn al een heel eind gelopen, zeg ik.
Mat kijkt ook achterom en zegt, wil je terug dan?
Nee zeg ik, maar we moeten ook niet te laat gaan slapen, morgen wil ik naar de ambassade om informatie te krijgen over Janina.
De Nederlandse Ambassade hier, kan me helpen, samen met de portugese overheid om informatie te krijgen over de laatst geemigreerde mensen en hun verleden…
dan kan ik zien wat er zoal in haar leven is geweest en onder wat voor omstandigheden ze hier woonde.
Misschien vind ik dan wat antwoorden en kan ik mijn werk gebruiken om te spioneren.
O ja, zegt Mat en is opeens ook weer terug in de realiteit.
Portugal betovert je echt he? Vraag ik.
Ja, ik was het echt even helemaal vergeten.
Jij bent best sterk hoor, jij met je stalen zenuwen, zegt Mat tegen mij.
Je hebt er allemaal niet eens zo heel veel last van gehad, zegt hij en ik denk, ja, ik ben door mijn werk ook heel wat gewend.
Klopt zeg ik en denk aan al die mannen en vrouwen die mij wel kunnen vermoorden, omdat ik ze heb bespioneert en heb aangegeven bij hun huwelijkspartner.
Maar goed dat ik mezelf altijd vermom, zodat ik altijd incognito ben.
Dan een rode pruik en dan een blonde, dan een chinese en dan weer een reporter of een man, hahaha, ik heb er vaak lol mee gehad met mijn collega’s.
We blijven even kijken hoe de luitjes hier zich vermaken, als mijn oog valt op een donkerharig, mager meisje, dat stil in een hoekje met een flesje drank zit te kijken naar iedereen.
Ze heeft haar handen verstopt in haar mouwen en ik zie hoe ze krampachtig het flesje omklemt.
Ze kijkt naar een lange blonde man, die een ander meisje kust en betast.
Dan komt de man naar haar toe en rukt ruw het flesje uit haar handen, trekt haar ruw aan haar kleed mee en ik zie hoe ze haar gezichtje vertrekt van pijn.
Ik volg ze met mijn ogen en zie dat ze weglopen in de richting van het hotel.
Hij sleept haar gewoon mee, het lijkt of ze moeite heeft te lopen.
Ik waarschuw Mat en vertel wat ik net heb gezien en we besluiten ze te volgen…

Als we het hele eind, een flink stuk achter hen, hebben gelopen, komen we aan bij het vervallen huisje aan en het stel loopt erom heen en verdwijnt.
Mat en ik lopen er ook zachtjes omheen, maar ze zijn verdwenen, geen spoor of wat ook.
Het is te donker, zegt Mat en we besluiten terug te gaan naar het hotel.
In het hotel gaat Mat nog even mee naar mijn kamer en hij zegt, morgen kunnen we altijd nog even gaan kijken of er sporen zijn of dat er iets anders te zien is.
Ja, dat doe ik zeker, ik vind het jammer dat het nu zo donker is…zeg ik.
En we praten nog even over wat we gezien hebben en dan gaat Mat naar zijn kamer terug en ben ik alleen…
Ik denk nog steeds aan het meisje in die bar en aan de man die haar zo ruw behandelde en dat ze verdwenen dichtbij het vervallen strandhuisje…
Om mijn gedachten even te verzetten, besluit ik mijn koffer uit te pakken.
Ik doe mijn kleren in de grote linnenkast en zet mijn toiletartikelen in de badkamer.
Terwijl ik dat aan het doen ben, denk ik terug aan mijn gebeurtenissen met Donald, Joey en Sheila.
Ik voel opeens een drang om op onderzoek te gaan en pak een tas en doe daar een zwarte broek en een zwarte trui in, camouflage kleding die ik ook gebruik voor mijn werk, pak mijn handtas en stop die ook in de tas.
Ik pak ook mijn sigaretten en mijn aansteker mee en een zaklamp.
Het is dan 00.15.
Ik loop de gang op en kijk van links naar rechts om te zien of iemand ziet dat ik hier ben.
Vooral naar Mat´s deur, maar als ik eraan luister hoor ik hem snurken, mooi, die is onder zeil, denk ik, en loop naar de lift toe.
Als ik bij de lift aankom zie ik dat de deur openstaat en ik loop naar binnen, druk op de beganegrond en de deur sluit en de lift zet zich in beweging.
Als ik beneden aankom is het schaars verlicht en ik zoek het toilet op om me om te kleden.
In het toilet, doe ik mijn jurk in de tas terug en leg die hoog op een stortbak van de toilet en kijk of ik hem zie liggen als ik gewoon sta, nee, ik zie m niet liggen en denk, die blijft wel liggen tot later, dan kan ik me hier weer omkleden.
Ik loop de toiletten uit en loop naar buiten.
Bij het hotel is alles stil, alleen het zwembad is verlicht en er hangen kleine, zwakke lampen bij de ingang van het hotel.
Mooi, des te beter, dan ziet niemand me hopelijk, denk ik en ik loop naar het strand.
Als ik aankom bij het huisje voel ik me opgelaten en mijn hart bonkt in mijn keel, ik loop naar de deur toe en probeer of hij open gaat.
Nee weer niet en ik loop om het huisje heen.
Dan hoor ik zacht iemand praten en verstop me achter de klimop aan de muren van het huisje.
Die groeit van beneden tot bovenaan het dak en heeft allmaal losse takken hangen die een perfecte schuilplaats vormen.
Ik hoor ze langs me heen lopen en praten…
E uma memina pequena, zegt de een en de ander antwoord, Voce boca grande.
Ik heb geen idee wat ze zeggen en wacht tot ze verder het strand op lopen, dan kom ik uit mijn schuilplaats en loop om het huisje heen, voelend en zoekend naar een andere ingang, die moet er zijn, denk ik, want vanavond waren de 2 zomaar ineens verdwenen.
Dan stap ik opeens op een stuk hout en het geeft mee in mijn gewicht…ik voel er met mijn hand op en voel een ijzeren ring.
Het is een luik, het gaat open en ik voel verder met mijn hand, een stenen trap naar beneden en ik ga naar binnen, het is aardedonker en ik moet uitkijken dat ik niet struikel.
Het is een soort kelder.
Zachtjes laat ik het luik weer in de opening vallen en zoek naar mijn zaklamp.
Voor ik hem aanknip, zeg ik zachtjes, hallo, is anyone here?
Si…., hoor ik zachtjes en verstijft en knip mijn lamp aan…..
Als ik in de ruimte rondschijn zie ik kisten, zakken van jute, dozen en een tafel met daarboven een gloeilamp, de vloer is een en al strandzand en hier en daar kun je de stenen vloer erdoor zien.
Aan de muur hangt een soort rek met gereedschap en er hangt een soort oud ijzeren medicijnkastje waarvan de deurtjes los hangen maar dicht zijn en op het kastje ligt een boekje.
Verder zie ik boeien voor ik het water en oude houten strandstoelen en een oud anker.
En daar in het midden tussen de zakken, ligt op de grond een oude deken met daarop het meisje wat ik vanavond zag bij het kroegje verderop het strand.
Haar handen zijn geboeid op haar rug en ze kijkt me bang aan.
Hi, zeg ik, don’t be afraid, I won’t hurt you.
Do you understand me?
Si, zegt ze en ik loop naar haar toe.
Als ik dichterbij kom, vraag ik, what´s your name?
Alfama, zegt ze en ik ben blij dat ze engels verstaat.
I’ll take you away from here, ok? Zeg ik en probeer haar lost te maken….
De knopen zijn heel strak en ik heb moeite om ze los te krijgen, maar het lukt me en ik neem haar mee hiervandaan en loop het strand op.
Ze loopt heel moeilijk en ik moet haar echt ondersteunen.
Als we bijna op de trap van de kelder zijn, hoor ik opeens weer mannen praten en snel trek ik haar mee terug naar binnen…
Aan de stemmen te horen zijn het de mannen die ik zag, toen ik me verstopte achter de klimop.
Ze komen naar binnen, zeg ik tegen haar in het engels en zeg, doe net of je weer vastzit.
Ze gaat weer zitten op de plek waar ik haar losgemaakt heb en doet alsof ze weer vastzit door de touwen vast te houden.
Snel knip ik mijn zaklamp uit, zodat het weer aardedonker is en verstop me achter de zakken en dozen en houdt me muisstil.
Als ze de trap afkomen, hoor ik ze praten…
Ze knippen de de gloeilamp aan en lopen de kelder in.
Dan zie ik opeens duidelijk de gezichten van de mannen en schrik.
De ober uit het restaurant!?……
Dan lopen ze naar Alfama toe en praten tegen haar in het portugees en ik zie dat ze haar wat te eten toegooien, een stuk brood en een paar stukken fruit.
Dan maken ze een van de zakken open en halen er een pakketje uit, zo groot als een sigarendoos,
lopen weer naar de trap en gooien het luik dicht.
Als ze net wegzijn wacht ik even om te zien of ze weer terug komen en loop dan naar Alfama toe en vertel haar dat ik blij ben dat ze niets ontdekt hebben.
Si, me to,zegt ze en we lopen naar het luik toe.
Why did you have to cry, vraag ik haar en ze verteld me, dat ze weer terug moet naar het bordeel, waar ze eerst ook verbleef.
Ik kan mijn oren niet geloven en besef dat ik heel dichtbij ben, als zij nou toevallig Janina kent, hoef ik niet meer verder te zoeken.
Dus als we ophet strand lopen en ik een veilige plaats heb gevonden uit het zicht, vraag ik haar, ken jij Janina Da Silva?
Ze kijkt me aan, met een verschrikt en verbaast gezicht en zegt, dat is mijn zus en opeens krijg ik een heleboel vragen over me heen…hoe is het met haar?, ken jij haar?, wie ben jij?
Ik vertel nog niet wie ik ben maar vertel haar dat ik Janina ken en dat ze dood is…
How?… vraagt ze mij door haar tranen heen en ik vertel haar dat ik Janina ken als mijn buurvrouw en dat ze haar baby verloor door mishandeling door haar man en dat ze stierf in mijn huis, op mijn bank en dat ik er middenin zit, doordat mijn broer en haar man onder 1 hoedje speelden, in een criminele organisatie.
Ook dat ze nu allebei vastzitten voor hun leven lang en dat ik daarom hier ben, om uit te zoeken waardoor het allemaal is begonnen.
Alfama is troosteloos en ik sla mijn arm om haar heen en vraag haar of ze mee wil gaan naar mijn hotelkamer.
Ja ok, zegt ze en ze probeert een beetje stiller te zijn als we snel over het strand terug lopen naar het hotel.
Als we binnen zijn, loop ik met haar naar de toiletten en pak mijn tas, die er gelukkig nog ligt.
Ik zeg haar dat ze mijn jurk moet aantrekken en dat ze mij haar plunje moet geven.
Alfama is ongeveer even groot als ik, ook zo’n 1.64 groot en ze heeft een magerder postuur dan ik, dus ze kan mijn jurk dragen, beter in een hotel als dit, dan de plunje die ze nu draagt.
Ze draagt een lange gerafelde jurk van een zwarte stof met daarover een donkergrijze cape met lange mouwen, veel te lang, waaronder ze haar handen verbergt.
Er zitten veel vlekker in, dus ik kan haar moeilijk zo meenemen, dan valt ze gelijk op als schooier of bedelaar en dan trekt ze de aandacht hier.
Als ze gehoorzaam haar kleren uittrekt zie ik tot mijn schrik dat het arme kind onder de blauwe plekken zit en onder de schrammen.
Haar handen zijn klein en haar nagels zijn vies, ze zitten ook onder de sneeen en plekker en ik vraag me af wat dit kind heeft moeten meemaken…
Ik vraag haar nog niks en pak haar kleren aan, ik geef haar een prop toiletpapier en neem zelf ook een prop, ik maak m nat onder de kraan en was haar een beetje.
Dan kam ik, met de kam uit mijn handtas, haar haar en neem haar mee naar de lift.
Haar oude kleren stop ik in het toilet in de afvalbak en gooi er een paar proppen papieren handdoekjes op.
Zo, dat vind niemand.
Dan lopen we snel de lift in en ik druk op de knop naar de 5e verdieping.
Als we boven aankomen, stappen we de lift uit en ik zie een man een deur uitkomen, ik doe net of ik dronken ben en ga een beetje hangen op Alfama, die snapt het meteen en ze trekt een brede grijns op haar gezicht.
De man lacht ons toe en groet ons en loopt een andere deur binnen.
Dan lopen we snel naar mijn kamer en ik doe de deur achter ons op slot.
Pfff, zeg ik en zie Alfama mijn kamer bekijken.
Beautiful, zegt ze en voelt aan de stoffen.
Dan gaat ze op het bed zitten en ik doe de gordijnen dicht en ga naast haar zitten.
Dan begint ze te vertellen…
I am a whore, and I work in the whorehouse that belongs to Janina and Domenco, (de ex van Janina) verteld ze en ik luister geboeid.
Ze verteld me dat Janina het heeft opgezet met hem maar dat ze er al gauw genoeg van had en daarom naar Nederland is gevlucht, omdat ze hier op de hielen werd gezeten door aanhangers van haar man, Domenco, die haar wilden vermoorden.
Janina had niet alleen een bordeel maar ook een heel netwerk van drugsdealers die exporteerden naar Nederland via het internet…
Ze had haar man opgelicht voor miljoenen euro’s die eigenlijk ook van hem waren…
En ze heeft hem hier verlinkt, zegt Alfama, bij de politie…
Haar exman zit nu ook vast, zegt Alfama, maar vanuit de gevangenis probeert hij haar te wreken en heeft hij nog steeds de boel op orde via zijn vriendjes, de mannen die mij gevangen hielden.
Zij houden de boel draaiende en informeren hem via een bewaker in de gevangenis.
Omdat ik die dingen allemaal weet, houden ze mij in de gaten en vorige week is er iets uitgelekt en heeft de politie een onderzoek gedaan in het bordeel, daarvan geven ze mij de schuld en hielden ze mij vast.
You are from Holland, si?, vraagt ze en ik zeg ja en ze verteld me dat haar exman daar ook vriendjes heeft, die de export in de gaten houden en daar de boel regelen.
Voor mij is het niet moeilijk op te tellen wie dat zijn en ik zeg, that would be my brother and his friend…
Si, zegt Alfama en ze verteld me dat ze ze wel eens gezien heeft…
They have been here once and they have used my services to.
What???
You mean, my brother has been using you to have sex?
Yes, zegt ze en ik walg van wat ik hoor.
Dus ze zijn hier geweest, denk ik en ik zie het nu allemaal veel duidelijker, dit is al heel lang aan de gang en Alfama is de schakel naar de politie.
Dat is natuurlijk ook de reden dat de agent bij mij thuis, mij zijn kaartje gaf en vroeg of ik nog iets kwijt wilde.
Hij was het al op het spoor en wist allang van deze dingen, het zal me niks verbazen als ze er hier ook al van weten.
Ik besluit de volgende ochtend Mat in te lichten en naar de ambassade en naar het politiebureau te gaan hier.
Tegen Alfama zeg ik, het is beter als we nu gaan slapen, ok?
Ze geeuwt en zegt dat ze wel aan normale slaap toe is, na al die nachten telkens in de kelder te slapen.
Ik vraag haar hoe lang ze al verscholen zit en ze verteld me, dat is sinds Domenco vastzit.
Hij is zo geslepen, zegt ze dat ik echt goed moet uitkijken, jij nu ook.
Het zou me niks verbazen dat ze nu alweer weten waar ik ben, zegt ze.
Maar dat lijkt me sterk, denk ik, tenzij de man die we op de gang zagen er ook bij hoort, maar dat lijkt me vergezocht.
We gaan samen de badkamer in om ons te douchen en ik verzorg haar wonden.
Daarna biedt ik Alfama de plek naast me in bed en ze is, na nog geen 2 tellen, vertrokken maar ze slaapt onrustig en ligt enorm te kreunen en te blazen…
Hopelijk kan ik slapen en ik probeer een plekje te vinden in het zachte bed.

Maar midden in de nacht, ik kijk op het klokje naast het bed, zie ik dat het 03.00 is en ik ben nog wakker, Alfama maakt zo’n herrie dat ik niet kan slapen.
Geen goed idee dus, denk ik, maar ik ben blij dat ik haar heb kunnen redden voor nu.
De nacht duurt eindeloos en ik heb al wat voor door het raam zitten kijken en ik heb al gekeken of Mat toevallig ook niet kon slapen, maar op zijn kamer zijn ze hout aan het zagen, dus heb ik een boek gepakt die ik meegenomen had.
Het gaat over een man die de zorg krijgt voor weeskindjes in Zimbabwe, via artsen zonder grenzen en hij besluit ze te adopteren…
Maar na een paar bladzijden, gooi ik het boek op het tafeltje en besluit roomservice te bellen, inmiddels is het 06.00 dus iemand zal al wel in de keuken aanwezig zijn.
Even twijfel ik, ivm de ober, maar ik denk dat hij alleen het restaurant doet en mij allang vergeten is.
Hello, hoor ik in de hoorn…
Yes, hello, zeg ik ook, I want to order breakfast, is that possible at this time?
No, normally not, but I want to make an exception for you, if you only want coffee…hoor ik haar zeggen…
Yes that’s oke, zeg ik en zeg dan, make two of it, oke?
Two?, hoor ik vragen aan de andere kant en ik bevestig het…
Oke, hoor ik dan, it’s on it’s way….
Oke, thanks, zeg ik en ik hang op.
Ik weet niet of Alfama koffie lust, maar ik ga ervan uit dat ze het ook drinkt.
Ik kleed me gauw aan voordat ze komen en doe mijn haar en make-up.
Ik kijk in de spiegel en het is goed zo en doe zachtjes de badkamerdeur weer achter me dicht.
Dan komt de roomservice en ik open de deur, er staat een jong meisje aan de deur en zegt , your order….miss.
En ik kijk op het blad, 2 mokken koffie en de suiker en de melk staan ernaast.
Suikerzakjes en een porselijnen kannetje.
Op het blad staat ook een bordje met 2 koeken erop en het meisje verteld me dat ze die er extra bij heeft gedaan, omdat er nog geen ontbijt was, ik bedank haar en ze blijft met een schuin hoofd staan wachten…
Ik denk, wat moet ze nou, als ik me realiseer dat ze op een fooi staat te wachten, ik zeg, one moment en loop naar binnen om mijn tas te pakken.
Als ik me weer omdraai, staat ze er niet meer, maar in haar plaats staat er een grote donkere man met een kaal hoofd en een snor, zo groot als die van Ted de Braak.
Ik schrik me wezenloos en opeens stormt hij naar binnen, gooit mij op de grond en trekt Alfama aan haar haar uit het bed…..
Die wordt natuurlijk wakker en zet het op een gillen, ze schopt hem en slaat hem, maar het baat niet.
He!, he!, dat gaat zomaar niet, roep ik en wil hem de weg naar de deur blokkeren, maar ik kan niet op tegen zo’n boom van een vent en hij duwt me dus weer ruw aan de kant en ik beland met mijn hoofd tegen de poot van het bed en ik verlies mijn bewustzijn.


5 reacties

Avatar

Bakema_NL · 22 oktober 2004 op 20:23

En dan zeggen ze tegen mij dat ik lange stukken typ in een reply.
Als column is deze ook een beetje lang zeg maar, kort en bondig die er meteen inhakt is meer iets waar je met een column naar moet streven……mijn mening.

Avatar

Ma3anne · 22 oktober 2004 op 21:49

6.728 woorden. Ik heb ze even voor je geteld. Wel een beetje veul voor een column. 😮

Avatar

Yannick · 22 oktober 2004 op 22:09

ik heb een idee dat dat de rede is waarom hij in de rubriek verhalen staat. Ik moet eerlijk toegeven dat ik na 400 woorden afgehaakt ben, ik ben met mijn hoofd ergens anders bij… maar zal met de tijd eens het helemaal lezen.

Avatar

Ma3anne · 22 oktober 2004 op 22:13

Ow, hebben we ook een rubriek verhalen? Nooit gezien. 😳
Zo leer je hier elke dag weer iets bij.

Avatar

John_van_Leverdingen · 22 oktober 2004 op 22:35

Schrijf je een column, dan gaan de reacties hier normaal gesproken over de stelling in die column. Daar kun je het mee eens zijn of niet.
Bij een verhaal is dat anders. Daar wordt geen stelling geponeerd. Dus neem ik de vrijheid om in het algemeen wat opbouwende kritiek te geven.

De tekst is veel en veel te lang om lekker leesbaar te zijn. Dat is niet zozeer de schuld van de schrijfster, maar komt door het feit dat lange verhalen op het beeldscherm niet lekker lezen.
Als je tekst is gemaakt voor internet (wat ik dus niet weet) zou je het kunnen opfleuren met wat plaatjes en indelen in meer hoofdstukken. Normaal gesproken is 500 woorden achter elkaar het maximum voor een beeldscherm.

Een ander punt is de veelvoud aan onnodige taalfouten. Die maken we allemaal, maar duidelijk is dat deze tekst heel gemakkelijk even door de controle heen gejast had kunnen worden. (Als je in Word typt, alles selecteren en dan F7)
De vele taalfouten zorgen er namelijk voor dat je overal onbewust een korte pauze maakt onder het lezen.

Over het verhaal zelf: probeer de personages wat meer karakter te geven in plaats van de dingen die je beschrijft.

Best wel veel opmerkingen, maar bij zo’n lang verhaal denk ik dat opbouwende kritiek best gemaakt mag worden.

Ik heb het met plezier gelezen en waardeer het dat mensen deze verhalen hier willen publiceren.

Geef een reactie