Komt het goed
Ik liep door de straten met de hond aan de lijn. Uit de hemel daalde een regen zo zacht en fijn dat die deed denken aan de nevel van een waterval. En de vochtigheid gaf een glans aan alle dingen, aan de daken en gevels van de stad, en het blauwe asfalt, aan afvalemmers en fietsenstandaards.
Na een tijdje brak de zon door. Ook struiken en bomen hadden een eigen schijnsel, alsof ze schoon en vernieuwd waren. Ik liep onbezorgd en met lichte tred en ik dacht aan mijn jeugd.
