Staatscircus
Het had weg van een slecht voorbereid toneelstuk. Diegene die hun rol serieus namen waren de premier en een klein aantal kamerleden. De overige ministers en kamerleden gaven echter alles behalve een goede indruk. Zo werd er onnodig veel heen en weer gelopen. Ook waren de meesten voortdurend met elkaar in gesprek, en dat terwijl de premier of een kamerlid nog het woord voerde. En wanneer iemand van hen ‘serieus’ een vraag stelde, dan was hij of zij nog niet omgedraaid of er werd alweer gelachen naar derden en werd het gesprek met de buurman of buurvrouw weer luidruchtig voortgezet.
