Vita brevis

Met een brok in mijn keel staar ik naar de groep wolken die zich verzamelen boven het vandaag zo zonovergoten grasveld. Een zeurende pijn trekt langs de de zijkant van mijn hoofd terwijl ik mezelf uit de krakende tuinstoel omhoog hijs.
Vertrouwen, de letters blijven bonzend terugkomen in mijn hoofd en bij elke stap richting de deur voel ik het gebonk in mijn hoofd erger worden.

Twee liter natuur

Een mooie merel hopt vrolijk door het gras. Mees en mus spontaan erachter aan. Gekwitter en gekwetter. Een Vlaamse gaai breekt twijgen in twee. Zijn nest is nog niet klaar. Kan het hem wat bommen? Een ekster verkent de omgeving. Vandaag valt er niets te stelen. Kauwen huppelen wat in het rond. Toch nog iets om op te jagen?

Blinde Vlek.

Daar zit ie, op mijn voorhoofd. Laten we hem Paco dopen. Echt heel groot en hij moet nu weg, acuut. Hij had zich niet aangekondigd maar werd steeds groter. Zoals altijd op een opvallende plek op een totaal verkeerd moment. Maar eenmaal aanwezig schreeuwt hij om aandacht en kan ik er geen seconde van af blijven. Spiegeltje erbij, voelen en kijken of Paco zich laat uitknijpen. Altijd te vroeg proberen, wanneer het nog niet kan zodat het erger wordt, roder en groter. In eerste instantie nog hardhandig met als gevolg een grotere plek die niet om aan te zien is.

De eerste oplossing ligt bij de tandpasta, dat schijnt hem uit te drogen. De volgende ochtend kom ik erachter dat Paco zich niet laat bestrijden met tandpasta met korreltjes erin. Had ik van te voren niet ingecalculeerd, het is te vergelijken met zout in een wond strooien. Paco heeft nu catastrofale vormen aangenomen. Hij is in alle glorie aanwezig en mijn hoofdhuid staat inmiddels zo strak dat ik er hoofdpijn van heb gekregen.

Schaam haar

De Palmolive-zeep glijdt tussen mijn handen door tot er perfect schuim achterblijft op alle vingers. Voordat het de kans krijgt op te drogen, buk ik snel voorover en laat mijn haar uitwaaieren naar de grond. Met geroutineerde bewegingen wordt het sop verspreid. Ik richt mij op en kijk in de spiegel.

Grote tiettuh!

“Heb jij een borstvergroting gehad?” vraagt de huisarts. Verontwaardigd kijk ik haar aan. “Nee” snauw ik haar toe. “Oh, ik dacht even…nou ja, wees er blij mee, voor een vrouw van over de veertig, mooi, groot en stevig toch nog ? Kleed je maar weer aan, het is gewoon een kleine cyste, niets aan de hand”. Ik zie een uitdrukking van verwondering met professionele snelheid van haar gezicht verdwijnen.