Nieuwe vrienden
Nog altijd is mijn besluit kinderloos te blijven, maar onlangs kreeg ik hier een ander idee over. Kinderen worden mijn nieuwe vrienden, bedacht ik me.
Nog altijd is mijn besluit kinderloos te blijven, maar onlangs kreeg ik hier een ander idee over. Kinderen worden mijn nieuwe vrienden, bedacht ik me.
In ieder geval heb ik mijn jeugd niet verspild aan het uiterst inspiratieloze verzamelen van colablikjes, maar als ik terugdenk aan al die tijd die het vroeger kostte om cassettebandjes op te nemen en computerspelletjes in te laden, zou ik willen dat ik dertig jaar later geboren was. De batterijen in mijn walkman waren altijd leeg als ik exact halverwege school was en op mijn platen zaten altijd krassen waardoor [i]Pride[/i] van U2 klonk alsof ik in een treinwagon zat.
Nijntje, ik heb er niks mee, nooit mee gehad ook. Misschien komt dat nog ooit, maar ik verwacht er niet teveel van. Sinds twee maanden ligt ons huis er vol mee. Hij (of is het eigenlijk een zij?) is een graag geziene en gegeven kindervriend, vooral bij de kleintjes lijkt hij het, nog steeds, erg goed te doen.
De klap was enorm! Ik schat een 7,5 op de schaal van Richter. Terwijl ik snel de schade opnam – geen bloed en botjes – verbaasde ik me erover dat hij nog uit één stuk bestond. Dat er nog beweging in zat. En terwijl hij moeizaam overeind krabbelde, voorspelde ik hem – als een ware Jomanda – spierpijn. Dat kan niet anders als je van een trap probeert te vliegen en vervolgens keihard op je rug landt. Zes treden lager.
De zware schuifdeur slaat dicht met een klap.
“Schiet eens op! Je moet voor drieën met die grafstukken bij de kerk zijn!”, zegt Henk, tikkend met zijn wijsvinger op zijn pols.
“Jahaa! Ik moet de adressenlijst toch hebben, of niet dan?!”, roep ik geïrriteerd terwijl het schelle geluid van de telefoon mijn irritatie, bij elke klank, vergroot.
“Daar schele, bij de fax, voor je neus!”, roept Henk vanuit de werkplaats.
“Ja, ja, ik zie hem al!”.