Stoere mannen, ze zijn niet meer nodig

Sterk zijn en durven, dat zijn de ingrediënten van stoerheid. Je moet stoer zijn om gevaren te trotseren en om je te kunnen meten met je tegenstanders. Onmisbaar voor ruwe zeebonken die de zeven zeeën bevaren, ruige houthakkers die met een bijl in hun blote handen woudreuzen vellen en machtige jagers die met gevaar voor eigen leven hun prooi moeten bemachtigen. Maar ruwe zeebonken, ruige houthakkers en machtige jagers zijn er niet meer. Computergestuurde schepen, machinale houtkap en de bioindustrie zijn in hun plaats gekomen. Tegenwoordig is er niet veel meer te doen voor stoere kerels.

Let’s talk during sex, baby

Een paar jaar geleden had ik een nogal vreemd vriendje. Nou ja, even terugblikkend op mijn relatie-cv – sectie voormalige partners – was dit bepaald geen uitzondering. Toch spande deze jongen wel de kroon. Maandenlang deed hij zich voor als rijke ondernemer die me, ondanks zijn Porsche en BMW, altijd sportief met de fiets kwam opzoeken. Tot ik erachter kwam dat hij (30) bij zijn ouders woonde en de fiets nog moest lenen.

Hilversum

We zaten samen in de auto. Willem en ik. Op weg naar Hilversum. Het regende. Het was donker in de auto. Het kan raar gaan in de wereld. Ik dacht waarmee ik bezig was. Willem keek naar de weg. Ruitenwissers deden moeizaam hun nuttig werk.
Conny had ’s avonds laat opgebeld. ‘Hilversum,’ had ze gezegd. ‘Daar zit een vent met een café.’
‘Het Hokusai Bon café,’ riep ik overmoedig.
‘Bijna goed. Het café heet: ‘Mijn Held.’
Ik was in de lach geschoten.

Deal

Onderuitgezakt zit ik in de auto. Op de terugweg van Utrecht. CD wish you were here van Pink Floyd op stadionsterkte. Dat houdt mijn vrije radicaal Ab scherp, gelet op de minimaal 7 vazen bier in zijn mik.
Woensdag vliegen we naar Athene in verband met een partij broeken die we daar voor een koopje op de kop kunnen tikken. Het zijn van die halflange broeken die nu helemaal in zijn.

‘Bittersweet Road’ (vrij naar ‘The Verve’)

Toen ik vrijdag van mijn fiets afstapte om zo richting het gebouw te lopen waar mijn ‘vrienden’waren voelde ik mij net Richard Ashcroft in de videoclip van ‘Bittersweet Symphony’, 1 van de grootste hits uit de jaren ’90. Ik loop tegen de avondvierdaagse hebbende mensen in, door een groep jongeren en toen naar binnen waar ik bijna 4 bejaarden van de sokken liep. Enige wat er verschilde is dat het bij mij te warm was voor een leren jack.